Article 28
in forceA permit to possess a weapon and ammunition shall be granted by the chief of police, exclusively for weapons and ammunition belonging to category III.
Leave is granted if:
a reasonable interest requires the granting of the leave;
the applicant cannot pose a danger to himself, public order or safety;
the applicant has reached the age of at least eighteen years, except for a derogation for members of a shooting association.
By Order in Council, it may be determined in which cases there is a reasonable interest, as referred to in point (a).
The interest for which the leave has been granted shall be specified in the leave.
A leave of absence shall have a validity of at most one year and may be extended if the requirements for the granting thereof are still met.
If the applicant, who does not have a fixed place of residence or actual abode in the Netherlands, is a resident of one of the other Member States of the European Communities, Our Minister shall notify that Member State of the granting of an authorisation as referred to in the first paragraph, where the authorisation relates to weapons or ammunition for which possession is subject to a licence in that Member State.
By way of derogation from the first paragraph, a permit shall not be granted for a firearm as referred to in Category A, point 8, of Annex I to the Directive.
Verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie wordt, uitsluitend voor wapens en munitie behorend tot categorie III, verleend door de korpschef.
Een verlof wordt verleend indien:
een redelijk belang de verlening van het verlof vordert;
de aanvrager geen gevaar voor zichzelf, de openbare orde of veiligheid kan vormen;
de aanvrager tenminste de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, behoudens afwijking voor leden van een schietvereniging.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen sprake is van een redelijk belang, als bedoeld in onderdeel a.
Het belang met het oog waarop het verlof is verleend, wordt in het verlof omschreven.
Een verlof heeft een geldigheid van ten hoogste een jaar en kan worden verlengd, indien aan de vereisten voor de verlening daarvan nog wordt voldaan.
Indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ingezetene is van een van de andere lid-staten van de Europese Gemeenschappen, doet Onze Minister mededeling aan die lid-staat van de verlening van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens of munitie ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen.
In afwijking van het eerste lid wordt een verlof niet verstrekt voor een vuurwapen als bedoeld in Categorie A, onderdeel 8, in bijlage I van de Richtlijn.