Article 21
in forceVerrekening van verliezen
The set-off of a loss against the taxable profit, or the Dutch income, respectively, of a preceding year shall be effected by a reduction of the assessment by way of a decision of the inspector that is subject to objection. The decision shall be issued simultaneously with the determination of the assessment for the year in which the loss was incurred.
Legal remedies against the court order referred to in the first paragraph may exclusively relate to the application of Articles 20 and 20a.
Prior to the presumptive determination of the decision referred to in the first paragraph, the inspector may, by way of a decision subject to objection in accordance with rules to be established by Our Minister, grant a provisional loss set-off up to a maximum of the amount at which the reduction is expected to be determined. A provisional loss set-off may be supplemented by one or more provisional loss set-offs. Provisional loss set-offs shall be settled against the decision referred to in the first paragraph or, if no such decision is determined, against the assessment for the year in which the loss that led to a provisional loss set-off was declared.
De verrekening van een verlies met de belastbare winst, onderscheidenlijk het Nederlandse inkomen, van een voorafgaand jaar geschiedt door vermindering van de aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. De beschikking wordt gegeven gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan.
Rechtsmiddelen tegen de beschikking bedoeld in het eerste lid kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van de artikelen 20 en 20a.
Voorafgaand aan de vermoedelijke vaststelling van de in het eerste lid bedoelde beschikking kan de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking volgens door Onze Minister te stellen regelen een voorlopige verliesverrekening verlenen tot ten hoogste het bedrag waarop de vermindering vermoedelijk zal worden vastgesteld. Een voorlopige verliesverrekening kan door één of meer voorlopige verliesverrekeningen worden aangevuld. Voorlopige verliesverrekeningen worden verrekend bij de in het eerste lid bedoelde beschikking dan wel, indien een dergelijke beschikking niet wordt vastgesteld, met de aanslag over het jaar waarover het verlies dat tot een voorlopige verliesverrekening heeft geleid, is aangegeven.