Dutch Legislation

Article 15bd

in force

Subject of tax for domestic taxpayers · Minimum capital requirement for banks and insurers

Corporate Income Tax Act 1969 · Chapter II · Section 2.9b · In force since 2026-01-01

Source
1.

For the purposes of this Section, the following definitions shall apply:

a.

money loan: a debt arising from a money loan agreement or an agreement comparable thereto, or from a deposit as referred to in Article 1:1 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht) or a deposit comparable in nature and scope thereto under the law of another state;

b.

interest in respect of money loans: interest charges and costs in respect of money loans which, without the application of Articles 15b, 15be and 15bf, are taken into account in determining the profit enjoyed in a year, as well as amounts of doubly taken into account income which, pursuant to Article 12af, paragraph 1, are deductible in determining the profit of that year, insofar as these amounts are deemed to consist of interest deduction through the application of Article 12af, paragraph 2;

c.

banking business: a business for which a licence has been granted as referred to in Articles 2:11, paragraph 1, 2:16, paragraph 1, or 2:20 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht), or in respect of which a notification has been received as referred to in Article 2:14, paragraph 1 or 2, of that Act;

d.

insurance business: a business for which a licence has been granted as referred to in Articles 2:26a, paragraph 1, 2:26c, paragraph 1, 2:26d, paragraph 1, 2:27, paragraph 1, 2:36, paragraph 1, 2:40, paragraph 1, 2:48, paragraph 1, or 2:50, paragraph 1, of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht) or in respect of which a notification has been received as referred to in Article 2:34, paragraph 1, of that Act;

e.

Capital Requirements Regulation: Regulation (EU) No 575/2013 of the European Parliament and of the Council of 26 June 2013 on prudential requirements for credit institutions and investment firms and amending Regulation (EU) No 648/2012 (OJ EU 2013, L 176);

f.

Solvency II Directive: Directive 2009/138/EC of the European Parliament and of the Council of 25 November 2009 on the taking-up and pursuit of the business of Insurance and Reinsurance (Solvency II) (OJ EU 2009, L 335);

g.

Solvency II Regulation: Commission Delegated Regulation (EU) No 2015/35 of 10 October 2014 supplementing Directive 2009/138/EC of the European Parliament and of the Council on the taking-up and pursuit of the business of insurance and reinsurance (Solvency II) (OJ EU 2015, L 12);

h.

group entities: all entities with which the taxpayer is affiliated in a group within the meaning of Article 24b of Book 2 of the Civil Code.

2.

For the application of this Section, interest in respect of loans shall not include:

a.

interest in respect of loans insofar as such interest forms part of profits from another state as referred to in Article 15e, paragraph 1, to which the object exemption for foreign business profits applies;

b.

interest in respect of loans obtained from group entities, insofar as the taxpayer demonstrates that these loans are not directly related to loans obtained from non-group entities or natural persons.

1.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

a.

geldlening: een schuld die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst of uit een deposito als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een naar aard en strekking daarmee vergelijkbaar deposito volgens het recht van een andere staat;

b.

renten ter zake van geldleningen: rentelasten en kosten ter zake van geldleningen die zonder toepassing van de artikelen 15b, 15be en 15bf in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst, alsmede bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen die op grond van artikel 12af, eerste lid, in aftrek komen bij het bepalen van de winst van dat jaar, voor zover deze bedragen door de toepassing van artikel 12af, tweede lid, worden geacht te bestaan uit renteaftrek;

c.

het bedrijf van bank: een bedrijf waartoe een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:11, eerste lid, 2:16, eerste lid, of 2:20 van de Wet op het financieel toezicht of ter zake waarvan een mededeling is ontvangen als bedoeld in artikel 2:14, eerste of tweede lid, van die wet;

d.

het bedrijf van verzekeraar: een bedrijf waartoe een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:26a, eerste lid, 2:26c, eerste lid, 2:26d, eerste lid, 2:27, eerste lid, 2:36, eerste lid, 2:40, eerste lid, 2:48, eerste lid, of 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht of ter zake waarvan een mededeling is ontvangen als bedoeld in artikel 2:34, eerste lid, van die wet;

e.

verordening kapitaalvereisten: Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176);

f.

richtlijn solvabiliteit II: Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335);

g.

verordening solvabiliteit II: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2015, L 12);

h.

groepslichamen: alle lichamen waarmee de belastingplichtige is verbonden in een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2.

Voor de toepassing van deze afdeling worden onder renten ter zake van geldleningen niet begrepen:

a.

renten ter zake van geldleningen voor zover die deel uitmaken van winst uit een andere staat als bedoeld in artikel 15e, eerste lid, waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten van toepassing is;

b.

renten ter zake van geldleningen die zijn verkregen van groepslichamen voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat deze geldleningen niet direct verband houden met geldleningen die zijn verkregen van niet-groepslichamen of natuurlijke personen.