Article 1
in forceFor the purposes of the provisions set forth by or pursuant to this Act, the following definitions shall apply:
separation: divorce (echtscheiding) or legal separation (scheiding van tafel en bed) or termination of the registered partnership (geregistreerd partnerschap) other than by death, missing person (vermissing) or conversion of a registered partnership into a marriage;
time of separation: in the event of divorce (echtscheiding) or termination of the registered partnership (geregistreerd partnerschap) other than by death, missing person (vermissing) or conversion of a registered partnership into a marriage: the date of registration of the order in the registers of the civil status; in the event of legal separation (scheiding van tafel en bed): the date of registration of the order in the matrimonial property register, designated in Article 116 of Book 1 of the Civil Code;
executing body: the natural or legal person who is obliged to pay out the pension;
pension: old-age pension;
employer: the employer of the spouse who is liable to effect the equalisation;
partner pension: widow's and widower's pension or pension for the benefit of the surviving registered partner, including special widow's and widower's pension or special pension for the benefit of the surviving registered partner respectively.
For the application of the provisions set forth by or pursuant to this law, the following shall also be understood to include
spouse: former spouse as well as registered partner or former registered partner;
entitlement to pension: prospect of pension;
pension: a recalculated invalidity pension or a pension granted on the basis of illness or infirmity pursuant to the laws mentioned in paragraph 4, under (d), which is calculated according to the period of service, all of the foregoing with effect from the day on which the pensionable age, as referred to in Article 7a, paragraph 1, of the General Old Age Pensions Act (Algemene Ouderdomswet), is reached;
prenuptial agreements: conditions of a registered partnership;
matrimonial property regime: partnership property regime;
solemnisation of the marriage: registration of a partnership;
remarriage: the entering into a marriage after a registered partnership (geregistreerd partnerschap), the entering into a registered partnership after a marriage, or the re-entering into a registered partnership.
For the purposes of the provisions laid down by or pursuant to this Act, pension shall not be understood to mean a commenced temporary pension or an entitlement to a temporary pension based on schemes under which a right to payment of a pension only exists if that temporary pension is or will be paid to the persons concerned immediately following their employment.
This Act applies to a pension pursuant to:
a pension scheme based on a pension agreement as referred to in Article 1 of the Pensions Act (Pensioenwet); as well as a pension agreement concluded with a director and majority shareholder (directeur-grootaandeelhouder) as referred to in Article 1 of the Pensions Act;
a pension scheme applicable to those for whom, with the application of:
the Act on Mandatory Participation in a Company Pension Fund, as it read prior to the entry into force of Article 2, paragraph 1, of the Mandatory Participation in an Industry-wide Pension Fund Act 2000, participation in that industry-wide pension fund was made mandatory, insofar as the scheme did not fall under subparagraph a, or
Mandatory Participation in an Industry-wide Pension Fund Act 2000, participation in that industry-wide pension fund has been made mandatory, insofar as the scheme does not fall under subparagraph a.
the provisions established by or pursuant to the Military Pensions Framework Act (Kaderwet militaire pensioenen);
the General Pension and Benefits Act for Political Office Holders (Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers) (Stb. 1979, 519);
the Notaries Act (Wet op het notarisambt);
a professional pension scheme as referred to in Article 1, part e, of the Compulsory Professional Pension Scheme Act (Wet verplichte beroepspensioenregeling);
a pension scheme based on a pension agreement between a natural person and the person who has entered into an agreement with him for the performance of domestic or other personal services;
the pension scheme applicable to employees in social employment.
This Act shall furthermore apply to pension as referred to in:
the Concurrence Regulation Indonesian pensions 1960 (Stb. 1963, 212);
the Act on the adjustment of pension provisions for the Assistance Corps (Stb. 1965, 550).
The law is furthermore also applicable to pension that has been accrued from funds which are charged to the Pension Insurance Advance Tax Fund (Fonds Voorheffing Pensioenverzekering), as referred to in Article 3 of the Act on the freezing of the child benefit amount for the first child, as well as the establishment of the Pension Insurance Advance Tax Fund (Stb. 1972, 702) as this Act read on the day prior to the entry into force of the FVP Privatisation Act (Wet privatisering FVP) and to pension that has been accrued from funds which are charged to the foundation designated pursuant to Article 2, paragraph 1, of the FVP Privatisation Act, as this Article read on the day prior to the time of entry into force of Article IIA of the Pensions Omnibus Act 2017 (Verzamelwet pensioenen 2017).
The fourth, fifth and sixth paragraphs apply regardless of the law applicable to the matrimonial property regime of the spouses.
If Dutch law is applicable to the matrimonial property regime of the spouses, the law is furthermore applicable to pensions pursuant to a foreign pension scheme which is not a pension scheme as referred to in the fourth, fifth or sixth paragraph, with the proviso that a right to payment as referred to in Article 2 only exists against the other spouse.
By administrative order, benefits pursuant to any scheme may be designated as pension within the meaning of this Act.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
scheiding: echtscheiding of scheiding van tafel en bed dan wel beëindiging van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, vermissing of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk;
tijdstip van scheiding: ingeval van echtscheiding dan wel beëindiging van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, vermissing of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk: de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand; ingeval van scheiding van tafel en bed: de datum van inschrijving van de beschikking in het huwelijksgoederenregister, aangewezen in artikel 116 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
uitvoeringsorgaan: de natuurlijke of rechtspersoon, die tot uitbetaling van pensioen gehouden is;
pensioen: ouderdomspensioen;
werkgever: de werkgever van de tot verevening verplichte echtgenoot;
partnerpensioen: weduwen- en weduwnaarspensioen dan wel pensioen ten behoeve van de achtergebleven geregistreerde partner, waaronder begrepen bijzonder weduwen- en weduwnaarspensioen onderscheidenlijk bijzonder pensioen ten behoeve van de achtergebleven geregistreerde partner.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt mede verstaan onder
echtgenoot: eerdere echtgenoot dan wel geregistreerde partner of eerdere geregistreerde partner;
aanspraak op pensioen: uitzicht op pensioen;
pensioen: een herberekend arbeidsongeschiktheidspensioen of een uit hoofde van ziekte of gebreken ingevolge de in het vierde lid, onder d, genoemde wetten toegekend pensioen dat naar diensttijd is berekend, een en ander met ingang van de dag waarop de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt;
huwelijkse voorwaarden: voorwaarden van een geregistreerd partnerschap;
huwelijksvermogensregime: partnerschapsvermogensregime;
huwelijkssluiting: registratie van een partnerschap;
hertrouwen: het aangaan van een huwelijk na een geregistreerd partnerschap, het aangaan van een geregistreerd partnerschap na een huwelijk dan wel het opnieuw aangaan van een geregistreerd partnerschap.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder pensioen niet verstaan een ingegaan tijdelijk pensioen of een aanspraak op tijdelijk pensioen op grond van regelingen ingevolge welke alleen een recht op uitkering van pensioen bestaat indien aan betrokkenen aansluitend aan hun dienstverband dat tijdelijk pensioen wordt dan wel zal worden uitgekeerd.
Deze wet is van toepassing op pensioen ingevolge:
een pensioenregeling op grond van een pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet; alsmede een pensioenovereenkomst die is gesloten met een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
een pensioenregeling die van toepassing is op degenen, voor wie met toepassing van:
de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioen 2000, de deelneming in dat bedrijfstakpensioenfonds verplicht was gesteld, voorzover de regeling niet onder onderdeel a viel, of
Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de deelneming in dat bedrijfstakpensioenfonds verplicht is gesteld, voorzover de regeling niet onder onderdeel a valt.
de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen;
de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Stb. 1979, 519);
de Wet op het notarisambt;
een beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
een pensioenregeling op grond van een pensioenovereenkomst tussen een natuurlijk persoon en degene, die met hem een overeenkomst heeft tot het verrichten van huiselijke of andere persoonlijke diensten;
de pensioenregeling welke van toepassing is op werknemers in de sociale werkvoorziening.
Deze wet is voorts van toepassing op pensioen als bedoeld in:
de Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960 (Stb. 1963, 212);
de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandskorps (Stb. 1965, 550).
De wet is voorts mede van toepassing op pensioen dat is opgebouwd uit middelen welke ten laste komen van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering, bedoeld in artikel 3 van de Wet tot bevriezing van het kinderbijslagbedrag voor het eerste kind, alsmede oprichting van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Stb. 1972, 702) zoals deze wet luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet privatisering FVP en op pensioen dat is opgebouwd uit middelen welke ten laste komen van de stichting die op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering FVP, zoals dit artikel luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IIA van de Verzamelwet pensioenen 2017, is aangewezen.
Het vierde, vijfde en zesde lid gelden ongeacht het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten.
Indien op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten Nederlands recht van toepassing is, is de wet voorts van toepassing op pensioenen ingevolge een buitenlandse pensioenregeling die niet is een pensioenregeling als bedoeld in het vierde, vijfde of zesde lid met dien verstande dat een recht op uitbetaling als bedoeld in artikel 2 slechts bestaat jegens de andere echtgenoot.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen uitkeringen ingevolge enigerlei regeling worden aangemerkt als pensioen in de zin van deze wet.