Dutch Legislation

Article 2:10

in force

The role of the employees in the European Cooperative Society (SCE) · The role of the employees in the SCE by virtue of an agreement

Employee Involvement in European Legal Entities Act · Chapter 2 · Section 2 · In force since 2006-08-18

Source
1.

The special negotiating body shall consist of such a number of representatives of the employees of the participating legal entities and the involved subsidiaries and establishments that it is ensured that, per Member State, one member is elected or appointed for every 10%, or fraction thereof, of the employees employed in the Member State concerned, calculated on the basis of the total number of employees employed by the participating legal entities and the involved subsidiaries and establishments in all Member States combined.

2.

If an SCE is established by merger, there shall be as many additional members from each Member State as are necessary to ensure that the special negotiating body includes at least one additional member representing each participating cooperative registered in that Member State which has employees working there and which will cease to exist as a separate legal entity upon the registration of the SCE.

3.

The number of additional members referred to in the second paragraph shall amount to no more than 20% of the total number of members pursuant to the first paragraph.

4.

The second paragraph shall not apply insofar as its application would result in double representation in the special negotiating body of employees who are employed by a participating cooperative in a Member State. Double representation only exists if the participating cooperative that qualifies for an additional member pursuant to the second paragraph is already represented by an employee who is employed in that participating cooperative.

5.

If the number of participating cooperatives is greater than the number of additional members that may take a seat in the special negotiating body pursuant to the second and third paragraphs, the additional seats shall be occupied by representatives of the employees in the various Member States in descending order of the number of employees in those cooperatives.

6.

Each participating legal entity with employees working in the Netherlands shall be represented in the special negotiating body by at least one member, unless the total number of members would increase as a result thereof.

7.

The number of members of the special negotiating body and the allocation of seats shall be maintained in accordance with this article. If the number of members from a Member State changes without a new election or appointment having taken place with regard to those seats, the members sitting for that Member State shall, for the application of Article 2:15, paragraphs one, two, three and four, and Article 2:16, paragraphs one and three, collectively have as many votes as corresponds to the number of members determined for that Member State pursuant to the first paragraph, and they shall collectively represent the employees working in that Member State of the participating legal entities and the relevant subsidiaries and establishments in a proportion to be determined by them, or, if no agreement is reached on this, in proportion to the number of employees they represented before the change.

8.

If it follows from the first sentence of the seventh paragraph that a member of the special negotiating body can no longer be delegated from a Member State, or that a member can now be delegated from a Member State that was not yet represented, the special negotiating body shall not take any decisions until its composition and the overview referred to in Article 2:9, fifth paragraph, have been amended.

1.

De bijzondere onderhandelingsgroep bestaat uit een zodanig aantal vertegenwoordigers van de werknemers van de deelnemende juridische lichamen en de betrokken dochterondernemingen en vestigingen, dat is gewaarborgd dat per lidstaat een lid wordt gekozen of aangewezen voor elke 10%, of een deel daarvan, van de werknemers die in de betrokken lidstaat werkzaam zijn, berekend over het totale aantal werknemers dat bij de deelnemende juridische lichamen en de betrokken dochterondernemingen en vestigingen in alle lidstaten tezamen werkzaam is.

2.

Indien een SCE door fusie wordt opgericht zijn er van elke lidstaat zoveel extra leden als nodig is om ervoor te zorgen, dat de bijzondere onderhandelingsgroep ten minste één extra lid telt ter vertegenwoordiging van elke in die lidstaat ingeschreven deelnemende coöperatie met daar werkzame werknemers, die ingevolge de inschrijving van de SCE zal ophouden te bestaan als afzonderlijke rechtspersoon.

3.

Het aantal van de in het tweede lid bedoelde extra leden bedraagt ten hoogste 20% van het totale aantal leden op grond van het eerste lid.

4.

Het tweede lid geldt niet voor zover de toepassing ervan dubbele vertegenwoordiging in de bijzondere onderhandelingsgroep tot gevolg zou hebben van de werknemers die werkzaam zijn bij een deelnemende coöperatie in een lidstaat. Van dubbele vertegenwoordiging is slechts sprake, indien de deelnemende coöperatie die op grond van het tweede lid in aanmerking komt voor een extra lid, reeds vertegenwoordigd wordt door een werknemer die werkzaam is in die deelnemende coöperatie.

5.

Indien het aantal deelnemende coöperaties groter is dan het aantal extra leden dat krachtens het tweede en derde lid in de bijzondere onderhandelingsgroep zitting kan nemen, worden de extra zetels door vertegenwoordigers van de werknemers in verschillende lidstaten ingenomen in dalende volgorde van het aantal werknemers in die coöperaties.

6.

Elk deelnemend juridisch lichaam met in Nederland werkzame werknemers wordt door ten minste één lid vertegenwoordigd in de bijzondere onderhandelingsgroep, tenzij het totale aantal leden daardoor zou toenemen.

7.

Het aantal leden van de bijzondere onderhandelingsgroep en de zetelverdeling wordt in overeenstemming gehouden met dit artikel. Indien het aantal leden uit een lidstaat wijzigt zonder dat met betrekking tot die zetels een nieuwe verkiezing of aanwijzing heeft plaatsgevonden, hebben de voor die lidstaat zitting hebbende leden, voor de toepassing van artikel 2:15, eerste, tweede, derde en vierde lid, en artikel 2:16, eerste en derde lid, samen zoveel stemmen als overeenkomt met het aantal leden dat voor die lidstaat krachtens het eerste lid is vastgesteld en vertegenwoordigen zij samen de in die lidstaat werkzame werknemers van de deelnemende juridische lichamen en de betrokken dochterondernemingen en vestigingen in een door hen te bepalen verhouding, dan wel, indien daarover geen overeenstemming wordt bereikt, naar verhouding van het aantal werknemers dat zij vertegenwoordigden voor de wijziging.

8.

Indien uit de eerste zin van het zevende lid voortvloeit dat vanuit een lidstaat niet langer een lid van de bijzondere onderhandelingsgroep kan worden afgevaardigd, dan wel daaruit voortvloeit dat vanuit een nog niet vertegenwoordigde lidstaat alsnog een lid kan worden afgevaardigd, neemt de bijzondere onderhandelingsgroep geen besluiten totdat haar samenstelling en het overzicht, bedoeld in artikel 2:9, vijfde lid, zijn gewijzigd.