Dutch Legislation

Article 55

in force

Transitional and final provisions

Housing Benefit Act · Chapter 10 · In force since 2026-01-01

Source
1.

For subsidy periods that commenced under the operation of the Individual Rent Subsidy Act (Wet individuele huursubsidie), the provisions applicable thereto prior to the entry into force of the Rent Subsidy Act (Huursubsidiewet) shall remain in effect. During the first five subsidy years following the entry into force of Article 44, the rent subsidy expenditure standard shall be set lower than what follows from Article 41, in such a manner that any potential excess of the rent subsidy expenditure standard that arose during the first subsidy year after the entry into force of this Act is nullified.

2.

In the first subsidy year following the entry into force of this Act, by way of derogation from Article 4, paragraph 1, 'calculated assets' (rekenvermogen) shall be understood to mean: the joint assets of the tenant and the co-residents at 00:00 hours on the date of the entry into force of Article 4, paragraph 1.

3.

Article 11 shall not apply with respect to a tenant of non-self-contained living accommodation, other than as referred to in that article, if that living accommodation, immediately prior to the moment the Individual Rent Subsidy Act (Wet individuele huursubsidie) was repealed, had been designated as living accommodation for which a contribution could be granted to the tenant pursuant to that Act.

5.

In the application of Article 2, and in the application of Article 7 of the General Act on Income-Related Schemes (Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen), the Benefits Agency (Dienst Toeslagen) may, at the request of the tenant, apply the policy in force on 31 December 2005 that Our Minister has established pursuant to Article 9 and Article 26, paragraph 1, as those articles read immediately prior to the entry into force of the Adjustment Act General Act on Income-Related Schemes (Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen).

6.

The fifth paragraph applies exclusively in cases to be determined by or pursuant to an Order in Council.

1.

Op subsidietijdvakken die zijn aangevangen onder de werking van de Wet individuele huursubsidie blijven de daarop vóór de inwerkingtreding van de Huursubsidiewet geldende bepalingen van toepassing. Gedurende de eerste vijf subsidiejaren na de inwerkingtreding van artikel 44, wordt de huursubsidie-uitgavennorm zodanig lager vastgesteld dan uit artikel 41 voortvloeit, dat een eventuele overschrijding van de huursubsidie-uitgavennorm die is ontstaan gedurende het eerste subsidiejaar na inwerkingtreding van deze wet, wordt tenietgedaan.

2.

In het eerste subsidiejaar na inwerkingtreding van deze wet wordt in afwijking van artikel 4, eerste lid, verstaan onder rekenvermogen: het gezamenlijk vermogen van de huurder en de medebewoners op 0.00 uur op de datum van inwerkingtreding van artikel 4, eerste lid.

3.

Artikel 11 blijft buiten toepassing ten aanzien van een huurder van onzelfstandige woonruimte, anders dan bedoeld in dat artikel, indien die woonruimte onmiddellijk voorafgaand aan het moment dat de Wet individuele huursubsidie werd ingetrokken, was aangewezen als woonruimte aan de huurder waarvan een bijdrage op voet van die wet kon worden verstrekt.

5.

Bij de toepassing van artikel 2, en bij de toepassing van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen kan de Dienst Toeslagen op verzoek van de huurder het op 31 december 2005 van kracht zijnde beleid toepassen dat Onze Minister heeft getroffen op grond van artikel 9 en artikel 26, eerste lid, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen luidden.

6.

Het vijfde lid geldt uitsluitend in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen.