Dutch Legislation

Article 39b

in force

Miscellaneous provisions · General obligations for payment service providers

Turnover Tax Act 1968 (VAT) · Chapter VI · Section 6 · In force since 2024-01-01

Source
1.

Payment service providers shall keep sufficiently detailed records of payees and of payments regarding payment services they provide for each calendar quarter, in order to enable the competent authorities of the Member States to carry out checks on supplies of goods and services which are deemed to take place in a Member State in accordance with the provisions of Chapter II, Sections 1a and 1b, to achieve the objective of combating VAT fraud.

2.

The obligation applies only to payment services related to cross-border payments. A payment is classified as a cross-border payment if the payer is located in one Member State and the payee is located in another Member State, in a third-country territory, or in a third country.

3.

The obligation applies when a payment service provider, in the course of a calendar quarter, provides payment services relating to more than 25 cross-border payments to the same payee.

4.

The number of cross-border payments shall be calculated on the basis of the payment services provided by the payment service providers per Member State and per identification code as referred to in Article 39c, paragraph 2. If the payment service provider possesses information that the payee has multiple identification codes, the calculation shall be performed per payee.

5.

The obligation does not apply to payment services provided by the payer's payment service providers for any payment where at least one of the payee's payment service providers is established in a Member State, as evidenced by the BIC of that payment service provider or by any other business identifier code that unambiguously identifies the payment service provider and its location. The payer's payment service providers shall nevertheless include these payment services in the calculation referred to in the third paragraph.

6.

The registers shall be:

a.

held by the payment service provider in electronic form for a period of three calendar years from the end of the calendar year of the payment date;

b.

made available in accordance with Article 24 ter of Regulation (EU) No 904/2010 to the Member State of origin of the payment service provider, or to the Member State of host if the payment service provider provides payment services in Member States other than the Member State of origin.

7.

If the Member State referred to in the sixth paragraph concerns the Netherlands, the registers shall be provided by the payment service provider to the inspector of its own motion.

1.

Betalingsdienstaanbieders houden voldoende nauwkeurige registers van begunstigden en van betalingen betreffende betalingsdiensten die zij voor elk kalenderkwartaal verlenen, teneinde de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in staat te stellen controles uit te oefenen op de leveringen van goederen en diensten die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1a en 1b geacht worden plaats te vinden in een lidstaat, om de doelstelling inzake bestrijding van btw-fraude te behalen.

2.

De verplichting is alleen van toepassing op betalingsdiensten die verband houden met grensoverschrijdende betalingen. Een betaling wordt als grensoverschrijdende betaling aangemerkt indien de betaler zich in een lidstaat bevindt en de begunstigde in een andere lidstaat, in een derdelandsgebied of in een derde land.

3.

De verplichting is van toepassing wanneer een betalingsdienstaanbieder in de loop van een kalenderkwartaal betalingsdiensten verleent die betrekking hebben op meer dan 25 grensoverschrijdende betalingen aan dezelfde begunstigde.

4.

Het aantal grensoverschrijdende betalingen wordt berekend op basis van de door de betalingsdienstaanbieders verleende betalingsdiensten per lidstaat en per identificatiecode als bedoeld in artikel 39c, tweede lid. Indien de betalingsdienstaanbieder over informatie beschikt dat de begunstigde meerdere identificatiecodes heeft, wordt de berekening per begunstigde verricht.

5.

De verplichting is niet van toepassing op door de betalingsdienstaanbieders van de betaler verleende betalingsdiensten voor elke betaling waarbij ten minste één van de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde in een lidstaat is gevestigd als dat blijkt uit de BIC van die betalingsdienstaanbieder of uit een andere bedrijfsidentificatiecode die de betalingsdienstaanbieder en zijn locatie ondubbelzinnig identificeert. De betalingsdienstaanbieders van de betaler betrekken niettemin deze betalingsdiensten in de berekening, bedoeld in het derde lid.

6.

De registers worden:

a.

door de betalingsdienstaanbieder in elektronische vorm gehouden voor een periode van drie kalenderjaren vanaf het einde van het kalenderjaar van de betalingsdatum;

b.

overeenkomstig artikel 24 ter van Verordening (EU) nr. 904/2010 beschikbaar gesteld aan de lidstaat van herkomst van de betalingsdienstaanbieder, of aan de lidstaat van ontvangst indien de betalingsdienstaanbieder betalingsdiensten verleent in andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst.

7.

Indien de lidstaat, bedoeld in het zesde lid, Nederland betreft, worden de registers uit eigen beweging door de betalingsdienstaanbieder verstrekt aan de inspecteur.