Dutch Legislation

Article 33d

in force

Miscellaneous provisions · Refund to entrepreneurs established in another Member State than the Member State of refund · § Application for refund of tax charged to Dutch entrepreneurs in other Member States

Turnover Tax Act 1968 (VAT) · Chapter VI · Section 2 · § 3 · In force since 2014-01-01

Source
1.

The nature of the goods and services acquired must be indicated in the petition for refund by means of the following codes:

1.

= fuel;

2.

lease of means of transport;

3.

expenses in connection with means of transport, other than those for the goods and services referred to by codes 1 and 2;

4.

road tolls and other charges relating to the use of road infrastructure;

5.

travel expenses, such as taxi fares, costs of public transport;

6.

accommodation

7.

food, drink and catering;

8.

access to trade fairs and exhibitions;

9.

luxury expenses, and expenses for recreation and representation;

10.

other.

If code 10 is used, the nature of the goods and services acquired must be specified.

2.

Upon a request to that effect from the Member State of refund, the applicant shall provide, by electronic means, additional information with regard to each code mentioned in the first paragraph, insofar as such information is necessary for that Member State due to limitations on the right of deduction pursuant to VAT Directive 2006, as applied in that Member State, or for the application of a derogation granted to the Member State of refund under Article 395 or 396 of that Directive, which is relevant in this case.

3.

Upon a request to that effect from the Member State of refund, the applicant shall further describe his professional activity in the application by means of the harmonised codes determined in accordance with Article 34bis(3), second subparagraph, of Council Regulation (EC) No 1798/2003 of 7 October 2003 on administrative cooperation in the field of value added tax and repealing Regulation (EEC) No 218/92 (OJ EU 2003, L 264).

1.

In het teruggaafverzoek moet de aard van de afgenomen goederen en diensten door middel van de volgende codes worden aangegeven:

1.

= brandstof;

2.

= verhuur van vervoermiddelen;

3.

= uitgaven in verband met vervoermiddelen, andere dan die voor de goederen en diensten waarnaar wordt verwezen met de codes 1 en 2;

4.

= wegentol en andere heffingen met betrekking tot het gebruik van de weginfrastructuur;

5.

= reiskosten, zoals taxikosten, kosten van het openbaar vervoer;

6.

= logies;

7.

= spijzen, drank en restauratie;

8.

= toegang tot beurzen en tentoonstellingen;

9.

= weelde-uitgaven, en uitgaven voor ontspanning en representatie;

10.

= andere.

Indien code 10 wordt gebruikt, moet de aard van de afgenomen goederen en diensten worden aangegeven.

2.

Op daartoe strekkend verzoek van de lidstaat van teruggaaf verstrekt de aanvrager bij het verzoek langs elektronische weg aanvullende gegevens met betrekking tot iedere in het eerste lid vermelde code, voor zover die gegevens voor die lidstaat noodzakelijk zijn wegens beperkingen van het recht op aftrek krachtens BTW-richtlijn 2006, als toegepast in die lidstaat, of voor de toepassing van een krachtens artikel 395 of 396 van die richtlijn aan de lidstaat van teruggaaf verleende, voor dit geval relevante afwijking.

3.

Op daartoe strekkend verzoek van de lidstaat van teruggaaf omschrijft de aanvrager voorts bij het verzoek zijn beroepsactiviteit aan de hand van de geharmoniseerde codes die worden bepaald volgens artikel 34bis, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92 (PbEU 2003, L 264).