Article 23
in forceLevy on imports · Manner of levy
By way of derogation from Article 22, the tax in respect of the import of goods intended for designated entrepreneurs and bodies within the meaning of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen), other than entrepreneurs, shall be levied from those entrepreneurs and bodies. Rules regarding such designation shall be laid down by ministerial regulation, subject to conditions to be stipulated therein. In this regard, it may be provided that a designation may be granted by the inspector upon request.
The tax shall become due at the time when the goods are imported.
The tax due in respect of a period must be paid upon filing a tax return.
Section 4.1.3.3 of the General Administrative Law Act applies to petitions for designation pursuant to provisions under the first paragraph.
This article does not apply to entrepreneurs who apply the tax exemption referred to in Article 25a, paragraph 1.
In afwijking van artikel 22 wordt de belasting ter zake van de invoer van goederen, bestemd voor aangewezen ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, andere dan ondernemers, geheven van die ondernemers en lichamen. Bij ministeriële regeling worden onder daarbij te stellen voorwaarden regels gesteld omtrent de aanwijzing. Daarbij kan worden bepaald dat op verzoek een aanwijzing kan geschieden door de inspecteur.
De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de goederen worden ingevoerd.
De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken tot aanwijzing op grond van bepalingen krachtens het eerste lid.
Dit artikel is niet van toepassing voor ondernemers die de vrijstelling van belasting bedoeld in artikel 25a, eerste lid, toepassen.