Article 2
in forceGeneral provisions
For the purposes of the provisions set forth by or pursuant to this Act, an employment relationship shall be understood to mean an employment relationship pursuant to a contract of employment under civil law.
Employment relationship shall also include the work relationship of a person who, pursuant to a contract for services (overeenkomst van opdracht) with another party, performs work for remuneration:
regularly provides mediation in the formation of agreements between that other person, or a principal of the latter, and third parties, provided that he provides such mediation exclusively for that other person, the provision of such mediation is not an ancillary activity for him, and he is generally not assisted therein by more than two other persons; or
performed work, unless this agreement was entered into in the exercise of a business or in the independent exercise of a profession.
By or pursuant to an Order in Council (algemene maatregel van bestuur), rules may be established under which the employment relationship of a person who performs work for remuneration and whose employment relationship is not already considered an employment relationship (dienstbetrekking) pursuant to the first or second paragraph, but can be socially equated therewith, shall likewise be understood to be an employment relationship.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder dienstbetrekking verstaan de dienstbetrekking krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
Onder dienstbetrekking wordt mede verstaan de arbeidsverhouding van degene, die krachtens overeenkomst van opdracht met een ander tegen beloning:
geregeld bemiddeling verleent bij het tot stand komen van overeenkomsten van die ander, of een opdrachtgever van deze, met derden, mits hij die bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; of
arbeid verricht, tenzij deze overeenkomst is aangegaan in de uitoefening van bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van beroep.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ingevolge welke de arbeidsverhouding van degene, die tegen beloning arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet reeds ingevolge het eerste of tweede lid als dienstbetrekking wordt beschouwd, doch hiermede maatschappelijk gelijk kan worden gesteld, eveneens onder dienstbetrekking wordt verstaan.