Dutch Legislation

Article 54

in force

Transitional and final provisions

Civic Integration Act 2021 (Wet inburgering) · Chapter 12 · In force since 2023-01-01

Source
1.

The Civic Integration Act (Wet inburgering) is repealed, provided that it remains applicable to the persons to whom this Act applied on the day preceding the entry into force of this Act.

2.

Articles 18b, paragraph 2, subparagraph b, 64, paragraph 1, subparagraph p, and 67, paragraph 1, subparagraph h, of the Participation Act (Participatiewet), Article 7.3.1, paragraph 4, of the Adult and Vocational Education Act (Wet educatie en beroepsonderwijs), Articles 16, paragraph 1, subparagraph h, and 18, paragraph 1, subparagraph i, of the Aliens Act 2000 (Vreemdelingenwet 2000), Articles 45, paragraph 1, subparagraph o, and 48, paragraph 1, subparagraph h, of the Income Provisions for Older and Partially Disabled Formerly Self-Employed Persons Act (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen), Articles 45, paragraph 1, subparagraph n, and 48, paragraph 1, subparagraph h, of the Income Provisions for Older and Partially Disabled Formerly Unemployed Workers Act (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers), Article 1, definition of "education participant" (onderwijsdeelnemer), subparagraph c, under 2°, of the Education Participants Register Act (Wet register onderwijsdeelnemers), Article 54, paragraph 3, subparagraph m, of the Work and Income Implementation Organisation Structure Act (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) and Article 2 of Annex 3 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht), as those articles read on the day preceding the entry into force of this Act, shall remain applicable to the persons referred to in the first paragraph.

3.

An exemption on the basis of the provisions by or pursuant to Article 5, paragraph 1, subparagraph e, of the Civic Integration Act (Wet inburgering), shall be considered an exemption as referred to in Article 4, paragraph 1, subparagraph d, of this Act.

4.

By or pursuant to a general administrative measure, in derogation from the rules established by or pursuant to a general administrative measure on the basis of Articles 6, paragraph 3, 8, paragraph 1, opening words and part (a), and 16, paragraph 5, of the Civic Integration Act (Wet inburgering), rules may be established for the purpose of granting a benefit:

a.

regarding the conditions under which and the period within which an exemption may be granted;

b.

concerning the conditions under which the periods pursuant to Article 7a, paragraph 3, and Article 7b, paragraph 3, of the Civic Integration Act (Wet inburgering) may be extended;

c.

whereby the obligation to repay the loan in the event of exceeding the terms referred to in Articles 7a and 7b of the Civic Integration Act (Wet inburgering) is limited or nullified, and regarding the determination of the capacity to pay for the purpose of the repayment of the loan.

5.

By or pursuant to an Order in Council (algemene maatregel van bestuur), rules shall be established regarding the provision of guidance to the person subject to a compulsory integration requirement (inburgeringsplichtige) to whom the Integration Act (Wet inburgering) applies, in order to expedite the completion of the integration requirement as referred to in that Act.

6.

Further rules may be laid down by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) regarding the proper implementation of the first paragraph.

7.

Article 32, paragraph 2, subparagraph d, and the provisions based thereon, shall apply mutatis mutandis to the quality mark referred to in Article 12a of the Civic Integration Act (Wet inburgering).

1.

De Wet inburgering wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de personen op wie deze wet van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

2.

De artikelen 18b, tweede lid, onderdeel b, 64, eerste lid, onderdeel p, en 67, eerste lid, onderdeel h, van de Participatiewet, artikel 7.3.1, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 16, eerste lid, onderdeel h, en 18, eerste lid, onderdeel i, van de Vreemdelingenwet 2000, de artikelen 45, eerste lid, onderdeel o, en 48, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 45, eerste lid, onderdeel n, en 48, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, artikel 1, begripsbepaling «onderwijsdeelnemer», onderdeel c, onder 2°, van de Wet register onderwijsdeelnemers, artikel 54, derde lid, onderdeel m, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 2 van bijlage 3 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de personen, bedoeld in het eerste lid.

3.

Een vrijstelling op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inburgering, wordt beschouwd als een vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van deze wet.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, in afwijking van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 6, derde lid, 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 16, vijfde lid, van de Wet inburgering gestelde regels, ter begunstiging regels worden gesteld:

a.

omtrent de voorwaarden waaronder en de termijn waarbinnen een ontheffing kan worden afgegeven;

b.

omtrent de voorwaarden waaronder de termijnen op grond van de artikelen 7a, derde lid, en 7b, derde lid, van de Wet inburgering kunnen worden verlengd;

c.

waarmee de verplichting om de lening terug te betalen wanneer sprake is van overschrijding van de termijnen, genoemd in de artikelen 7a en 7b, van de Wet inburgering, wordt beperkt of tenietgedaan, en omtrent het vaststellen van de draagkracht ten behoeve van de terugbetaling van de lening.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het aanbieden van begeleiding aan de inburgeringsplichtige op wie de Wet inburgering van toepassing is ter bespoediging van de afronding van de inburgeringsplicht, bedoeld in die wet.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een goede uitvoering van het eerste lid.

7.

Artikel 32, tweede lid, onderdeel d, en de daarop berustende bepalingen, zijn van overeenkomstige toepassing op het keurmerk, bedoeld in artikel 12a van de Wet inburgering.