Dutch Legislation

Article 9.5

in force

Wijze van heffing · Bijzondere regels

Income Tax Act 2001 · Chapter 9 · Section 9.2 · In force since 2024-01-01

Source
1.

A provisional assessment shall be revised by the inspector upon request, insofar as that provisional assessment has been determined at an amount other than the amount at which the assessment, after offsetting preliminary levies and previously imposed provisional assessments, will presumably be determined.

2.

In the event that a petition for revision is rejected in whole or in part, the inspector shall decide thereon by way of a decision subject to objection, whereby the time limit for lodging an objection shall end on the date of the assessment notice with which the provisional assessment is settled. The first sentence shall apply mutatis mutandis in the event that a petition for the imposition of a provisional assessment is rejected.

3.

By way of derogation from the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) and Article 26 of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen), a provisional assessment is not subject to objection.

4.

By way of derogation from Article 7:10, paragraph 1, of the General Administrative Law Act, the inspector shall decide within six weeks after receipt of a notice of objection as referred to in the second paragraph.

5.

The preceding paragraphs shall apply mutatis mutandis with regard to decisions that are separately stated on the assessment notice of the provisional assessment, whereby, for the application of this article, the collective income, as referred to in Article 2.18, and the tax interest and revision interest, as referred to in Chapter VA of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen), shall be deemed to form part of the provisional assessment. The period, as referred to in the second paragraph, shall, in respect of the decision on tax interest, be at least six weeks after the date of the full or partial rejection of a request for revision, on the understanding that a request for revision may be submitted up to six weeks after the date of the assessment with which the provisional assessment is settled.

1.

Een voorlopige aanslag wordt door de inspecteur op verzoek herzien voor zover die voorlopige aanslag op een ander bedrag is vastgesteld dan het bedrag waarop de aanslag, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, vermoedelijk zal worden vastgesteld.

2.

Ingeval een verzoek om herziening geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, beslist de inspecteur dat bij een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij de termijn voor het instellen van bezwaar eindigt op de dag van de dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval een verzoek tot het opleggen van een voorlopige aanslag wordt afgewezen.

3.

In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is een voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar.

4.

In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur binnen zes weken na ontvangst van een bezwaarschrift als bedoeld in het tweede lid.

5.

De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot beschikkingen die afzonderlijk op het aanslagbiljet van de voorlopige aanslag zijn vermeld, waarbij voor de toepassing van dit artikel het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18, en de belastingrente en de revisierente, bedoeld in hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geacht worden onderdeel uit te maken van de voorlopige aanslag. De termijn, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ter zake van de beschikking belastingrente ten minste zes weken na de dag van dagtekening van de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om herziening, met dien verstande dat een verzoek om herziening kan worden ingediend tot zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend.