Article 3.23
in forceHeffingsgrondslag bij werk en woning · Belastbare winst uit onderneming
Upon granting of the petition referred to in Article 3.22, paragraph 1, the profit from sea shipping derived in a calendar year shall be determined per vessel on the basis of the amounts per day indicated in the following table.
The profit determined in accordance with the first sentence shall be increased by € 1.77 per day per 1000 net tonnage for the excess above 50,000 net tonnage, unless it concerns vessels:
which, after 31 December 2008, have for the first time started to fly a flag and whose profit derived therefrom is determined from that moment in accordance with this article, or;
which, during the five years immediately preceding the moment from which the profit is determined in accordance with this article, flew the flag of a country that is not a member state of the European Union and is not a party to the Agreement on the European Economic Area.
In the event of the operation of a ship as referred to in Article 3.22, paragraph 5, point (d), the profit determined in accordance with the preceding sentences shall be reduced by 75%.
The profit determined in accordance with the preceding sentences shall, with regard to ships, be intended for:
the transport of goods or persons in international traffic by sea: increased by the profit derived from activities other than such transport, if the gross turnover derived from the operation of that ship is for the most part derived from those activities;
the exploration of the seabed: increased by the profit derived from activities other than the transport of goods or persons by sea for the purpose of the exploration of the seabed;
the laying of cables or pipelines on the seabed: increased by the profit obtained from activities other than the transport of goods or persons by sea for the purpose of laying cables or pipelines on the seabed;
the performance of hoisting and lifting operations at sea on ships as referred to in Article 1, paragraph 2, of the Shipping Act (Schepenwet) or on installations for the purpose of the exploration or exploitation of natural resources at sea: increased by the profit derived from activities other than the transport of goods or persons by sea for the purpose of hoisting and lifting operations at sea;
dredging activities at sea: increased by the profit derived from activities other than the transport of dredged material by sea;
the performance of towing and assistance activities at sea for ships as referred to in Article 1, paragraph 2, of the Shipping Act (Schepenwet): increased by the profit obtained from activities other than towing and assistance activities at sea.
Upon granting of the petition, the joint amount – determined according to the situation at the time immediately preceding that year – of the following shall also be included in the profit of the year in which the petition is filed:
the reserves of the enterprise formed pursuant to Articles 3.53, 3.54 and 3.54aa which relate to sea shipping and
an amount equal to the positive difference between the fair market value attributed to the assets used by the enterprise for the purpose of generating profit from sea shipping and the book value at which these assets are recorded at that time.
The joint amount referred to in the second paragraph shall be disregarded insofar as it exceeds the amount for which the taxpayer, at the time referred to in the preamble of that paragraph, is entitled to set off losses in accordance with Section 3.13. The inspector shall determine the amount to be disregarded, per enterprise, by way of an appealable decision.
Ministerial regulations may provide rules for the application of the first paragraph, fourth sentence, as well as for the prevention of cumulation between the first three sentences and the fourth sentence of that paragraph.
Bij inwilliging van het in artikel 3.22, eerste lid, bedoelde verzoek wordt de in een kalenderjaar genoten winst uit zeescheepvaart per schip vastgesteld aan de hand van de in de volgende tabel aangegeven bedragen per dag.
De volgens de eerste volzin vastgestelde winst wordt vermeerderd met € 1,77 per dag per 1000 nettoton voor het meerdere boven 50 000 nettoton, tenzij het schepen betreft:
die na 31 december 2008 voor het eerst een vlag zijn gaan voeren en waarvan de winst die daarmee wordt behaald vanaf dat moment wordt bepaald volgens dit artikel, of;
die gedurende de vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip vanaf hetwelk de winst wordt bepaald volgens dit artikel, de vlag voerden van een land dat geen lidstaat is van de Europese Unie en geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
In geval van exploitatie van een schip als bedoeld in artikel 3.22, vijfde lid, onderdeel d, wordt de volgens de vorige volzinnen vastgestelde winst verminderd met 75%.
De volgens de vorige volzinnen vastgestelde winst wordt met betrekking tot schepen bestemd voor:
het vervoer van zaken of personen in het internationale verkeer over zee: vermeerderd met de winst die is behaald met werkzaamheden andere dan dat vervoer, indien de bruto-omzet behaald met de exploitatie van dat schip grotendeels met die werkzaamheden is behaald;
de exploratie van de zeebodem: vermeerderd met de winst die is behaald met werkzaamheden andere dan vervoer van zaken dan wel personen over zee ten behoeve van de exploratie van de zeebodem;
het leggen van kabels dan wel pijpen op de zeebodem: vermeerderd met de winst die is behaald met werkzaamheden andere dan vervoer van zaken dan wel personen over zee ten behoeve van het leggen van kabels dan wel pijpen op de zeebodem;
het verrichten van takel- en hefwerkzaamheden op zee aan schepen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Schepenwet of aan installaties ten behoeve van de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen op zee: vermeerderd met de winst die is behaald met werkzaamheden andere dan vervoer van zaken dan wel personen over zee ten behoeve van takel- en hefwerkzaamheden op zee;
baggerwerkzaamheden op zee: vermeerderd met de winst die is behaald met werkzaamheden andere dan vervoer van opgebaggerd materiaal over zee;
het verrichten van sleep- en hulpwerkzaamheden op zee aan schepen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Schepenwet: vermeerderd met de winst die is behaald met werkzaamheden andere dan sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee.
Bij inwilliging van het verzoek wordt tot de winst van het jaar waarin het verzoek wordt gedaan, mede gerekend het gezamenlijke bedrag – dat is bepaald naar de toestand op het tijdstip dat onmiddellijk aan dat jaar voorafgaat – van:
de op grond van de artikelen 3.53, 3.54 en 3.54aa gevormde reserves van de onderneming die verband houden met de zeescheepvaart en
een bedrag ter grootte van het positieve verschil tussen de waarde die in het economische verkeer wordt toegekend aan de zaken die door de onderneming worden gebruikt voor het behalen van winst uit zeescheepvaart en de waarde waarvoor deze zaken op dat tijdstip te boek zijn gesteld.
Het in het tweede lid bedoelde gezamenlijke bedrag blijft buiten aanmerking voorzover dit het bedrag waarvoor de belastingplichtige op het in de aanhef van dat lid bedoelde tijdstip aanspraak kan maken op verrekening van verliezen volgens afdeling 3.13, te boven gaat. De inspecteur stelt het bedrag dat buiten aanmerking blijft, per onderneming vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid, vierde volzin, alsmede ter voorkoming van cumulatie tussen de eerste drie volzinnen en de vierde volzin van dat lid.