Dutch Legislation

Article 3.13

in force

Heffingsgrondslag bij werk en woning · Belastbare winst uit onderneming

Income Tax Act 2001 · Chapter 3 · Section 3.2 · In force since 2019-01-01

Source
1.

The following are not included in the profit:

a.

benefits obtained through the relinquishment of rights by creditors that are not capable of being realised, insofar as the benefits exceed the sum of the loss from work and dwelling that might otherwise have been suffered and the losses from the past to be set off in accordance with Section 3.13; the becoming unenforceable of a claim pursuant to Article 358 of the Bankruptcy Act (Faillissementswet) shall be equated with the relinquishment of rights not capable of being realised;

b.

benefits consisting of claims based on a pension scheme and leading to pension instalments to be qualified as wages, or which consist exclusively or almost exclusively of rights to taxable periodic payments and provisions;

c.

benefits consisting of claims to a benefit pursuant to the Income Provision for Older and Partially Incapacitated Former Self-Employed Persons Act (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) or to a business termination allowance from a foundation established by one or more of Our Ministers for the promotion of development and restructuring within the business sector, insofar as those claims consist of rights to taxable periodic benefits and provisions and have been granted exclusively in connection with the termination of the enterprise;

d.

benefits consisting of payments and entitlements to payments pursuant to the Self-Employed Persons Disablement Benefits Act (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen);

e.

benefits pursuant to a foreign scheme which, in nature and scope, corresponds to a scheme as referred to in parts c and d;

f.

benefits from a strike fund;

g.

a part, including the whole, to be determined by ministerial regulation by Our Minister after consultation with Our Minister of Agriculture, Nature and Food Quality, of the benefits pursuant to schemes designated by this ministerial regulation for the benefit of the development and maintenance of forest and nature, as well as designated agreements that anticipate those schemes;

h.

benefits that have been taken into account as a final levy component pursuant to Article 32ab, paragraph 1, of the Wages and Salaries Tax Act 1964, provided that the taxpayer retains the written notification referred to therein in his records;

i.

benefits derived from projects that:

1°.

are aimed at the mitigation of nuisance during large-scale road works;

2°.

comply with the conditions laid down by Our Minister in agreement with Our Minister of Infrastructure and Water Management by ministerial regulation; and

3°.

have been designated by Our Minister of Infrastructure and Water Management and published in the Government Gazette (Staatscourant);

j.

benefits enjoyed pursuant to Article 5.3 of the Youth Act (Jeugdwet).

2.

Article 2.14, paragraph 1, shall not apply to the benefits referred to in the first paragraph, point (d), and to benefits pursuant to a foreign scheme which, in nature and scope, corresponds to a scheme as referred to in that point.

1.

Tot de winst behoren niet:

a.

voordelen verkregen door het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten door schuldeisers, voorzover de voordelen de som van het verlies uit werk en woning dat overigens mocht zijn geleden en de volgens afdeling 3.13 te verrekenen verliezen uit het verleden overtreffen; met prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten wordt gelijkgesteld het niet afdwingbaar worden van een vordering ingevolge artikel 358 van de Faillissementswet;

b.

voordelen bestaande uit aanspraken die berusten op een pensioenregeling en leiden tot als loon aan te merken pensioentermijnen of die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan uit rechten op belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen;

c.

voordelen bestaande uit aanspraken op een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of op een bedrijfsbeëindigingsvergoeding van een door een of meer van Onze Ministers opgerichte stichting ter bevordering van de ontwikkeling en van de sanering binnen het bedrijfsleven, voorzover die aanspraken bestaan uit rechten op belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen en uitsluitend zijn toegekend ter zake van de beëindiging van de onderneming;

d.

voordelen bestaande uit uitkeringen en aanspraken op uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

e.

voordelen op grond van een buitenlandse regeling die naar aard en strekking overeenkomt met een regeling als bedoeld in de onderdelen c en d;

f.

uitkeringen uit een stakingskas;

g.

een door Onze Minister na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij ministeriële regeling te bepalen deel, daaronder mede begrepen het geheel, van de voordelen ingevolge bij deze ministeriële regeling aangewezen regelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur alsmede aangewezen overeenkomsten die vooruitlopen op die regelingen;

h.

voordelen die op de voet van artikel 32ab, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 als eindheffingsbestanddeel in aanmerking zijn genomen, mits de belastingplichtige de aldaar bedoelde schriftelijke mededeling in zijn administratie bewaart;

i.

voordelen uit projecten die:

1°.

zijn gericht op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden;

2°.

voldoen aan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden; en

3°.

door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn aangewezen en bekendgemaakt in de Staatscourant;

j.

voordelen die worden genoten op grond van artikel 5.3 van de Jeugdwet.

2.

Op de voordelen bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, en de voordelen op grond van een buitenlandse regeling die naar aard en strekking overeenkomt met een regeling als bedoeld in dat onderdeel, is artikel 2.14, eerste lid, niet van toepassing.