Article 149b
in forceExemption, dispensation and authorisation
The road authority shall provide to the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) for the purpose of granting the exemption referred to in Article 149a, paragraph 2, or to Our Minister for the purpose of granting the permit referred to in Article 149aa, paragraph 1, the data concerning the infrastructure and other information established by or pursuant to an Order in Council, in the manner established by or pursuant to that Order in Council.
In the cases designated by or pursuant to an order in council, the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) requires the consent of the road authority for the exemption referred to in Article 149a, paragraph 2, and Our Minister requires the consent of the road authority for the permit referred to in Article 149aa, paragraph 1, respectively. In these cases, the consent shall be granted on the basis of a draft exemption or draft permit drawn up by the Netherlands Vehicle Authority or Our Minister, respectively, in consultation with the road authority concerned.
The road authority may refuse consent exclusively if this is justified in view of the interests described in Article 2, paragraphs 1 and 2.
When providing data and information as referred to in the first paragraph, the road authority may indicate that restrictions or requirements are to be attached to the exemption to be granted by the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) or to the permit to be granted by Our Minister, if this is justified with a view to the protection of the interests described in Article 2, first and second paragraphs.
The Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) or Our Minister, respectively, shall revoke or amend granted exemptions or permits insofar as the data provided by the road authority pursuant to the first paragraph or other information provided by it to the Netherlands Vehicle Authority or Our Minister gives cause to do so.
For the purpose of the possibility of appeal pursuant to Chapter 8 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht), the exemption or the refusal thereof by the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer), the permit or the refusal thereof by Our Minister, and the consent or the refusal thereof by the road authority, respectively, shall be regarded as a single decision.
The road authority shall receive from the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) and Our Minister, respectively, a fee determined by ministerial regulation for the provision of data and information as referred to in the first paragraph, and for the granting of consent as referred to in the second paragraph, which fee is based on the number and nature of the exemptions granted for roads under its management.
De wegbeheerder verstrekt aan de Dienst Wegverkeer ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in artikel 149a, tweede lid, respectievelijk aan Onze Minister ten behoeve van de vergunningverlening, bedoeld in artikel 149aa, eerste lid, de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde gegevens betreffende de infrastructuur en overige informatie op de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze.
In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen behoeft de Dienst Wegverkeer voor de in artikel 149a, tweede lid, bedoelde ontheffing respectievelijk Onze Minister voor de in artikel 149aa, eerste lid, bedoelde vergunning de toestemming van de wegbeheerder. In deze gevallen wordt de toestemming verleend op basis van een door de Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister in overleg met de betrokken wegbeheerder opgestelde ontwerp-ontheffing of ontwerp-vergunning.
De wegbeheerder kan uitsluitend de toestemming weigeren, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.
Bij het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, kan de wegbeheerder aangeven dat aan de door de Dienst Wegverkeer te verlenen ontheffing of aan de door Onze Minister te verlenen vergunning beperkingen of voorschriften worden verbonden, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de bescherming van de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.
De Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister trekt verleende ontheffingen of vergunningen in of wijzigt deze voor zover de door de wegbeheerder ingevolge het eerste lid verstrekte gegevens of andere door hem aan de Dienst Wegverkeer of Onze Minister verstrekte informatie daartoe aanleiding geeft.
Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt de ontheffing of de weigering daarvan door de Dienst Wegverkeer respectievelijk de vergunning of de weigering daarvan door Onze Minister en de toestemming onderscheidenlijk de weigering daarvan door de wegbeheerder.
De wegbeheerder ontvangt voor het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, en voor het verlenen van toestemming, bedoeld in het tweede lid, van de Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding, die is gebaseerd op het aantal en de aard van de verleende ontheffingen voor wegen die onder zijn beheer staan.