Article 23
in forceFinal provisions
Further rules may be laid down by or pursuant to an order in council of the Kingdom (algemene maatregel van rijksbestuur) for the implementation of this Kingdom Act.
The declaration of commitment (verklaring van verbondenheid), referred to in Article 6, paragraph 2, Article 8, paragraph 1 under e, and Article 11, paragraphs 3, 4 and 5, shall be made with the following words: I swear (declare) that I respect the constitutional order of the Kingdom of the Netherlands, its freedoms and rights, and swear (promise) to faithfully fulfill the duties that citizenship entails. The person making the declaration shall add thereto in confirmation: So help me God almighty, or: This I declare and promise.
The cases in which, in deviation from Article 6, paragraph 2, Article 6, paragraph 8, Article 8, paragraph 1 under (e), Article 11, paragraphs 3 and 4, Article 11, paragraph 5 under (b), Article 26, paragraph 3 and Article 28, paragraph 3, the making of the declaration shall not be requested or cannot reasonably be requested, and the manner in which this declaration may be made, shall be established by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur).
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regelen worden gesteld ter uitvoering van deze Rijkswet.
De verklaring van verbondenheid, bedoeld in artikel 6, tweede lid, artikel 8, eerste lid onder e en artikel 11, derde, vierde en vijfde lid, wordt afgelegd met de volgende woorden: Ik zweer (verklaar) dat ik de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten respecteer en zweer (beloof) de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen. Degene die de verklaring aflegt voegt daar ter bevestiging aan toe: Zo waarlijk helpe mij God almachtig, of: Dat verklaar en beloof ik.
De gevallen waarin het afleggen van de verklaring, in afwijking van artikel 6, tweede lid, 6 achtste lid, 8, eerste lid onder e, 11, derde, vierde lid, 11 vijfde lid onder b, 26, derde lid en 28, derde lid, niet gevraagd zal worden of redelijkerwijs niet gevraagd kan worden en de wijze waarop deze verklaring kan worden afgelegd, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.