Article 24
in forceTraffic rules · § Parking
The driver shall not park their vehicle:
at an intersection at a distance of less than five metres therefrom;
for an entrance or an exit;
outside the built-up area on the carriageway of a priority road;
in a parking facility:
insofar as his vehicle does not belong to the vehicle category or group of vehicles indicated on the sign or on the supplementary plate;
in a manner or for a purpose other than that indicated on the sign or the supplementary plate;
on days or hours during which this is prohibited according to the supplementary sign;
along a yellow broken line;
at a location intended for the immediate loading and unloading of goods;
in a parking space for permit holders, indicated by traffic sign E9 of Annex I, if no permit for parking in that space has been granted for his vehicle.
If days or hours are indicated on an additional panel below traffic signs E4 through E8, E12 and E13 of Annex 1, the mandates or prohibitions resulting from the sign or additional panel shall apply only during the indicated days or hours.
The driver is not permitted to double-park their vehicle.
If a parking facility, indicated by one of the traffic signs E4 up to and including E10, E12 or E13 of Annex 1, is provided with parking bays, parking is permitted only within those bays.
De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan;
voor een inrit of een uitrit;
buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
op een parkeergelegenheid:
voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;
op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven;
op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;
langs een gele onderbroken streep;
op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend.
Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren.
De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren.
Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.