Dutch Legislation

Article 1043b

in force

Arbitration in the Netherlands · The arbitral proceedings

Code of Civil Procedure (Rv) — Book 4 · Book 4 · Title 1 · Section 2 · In force since 2015-01-01

Source
1.

During a pending arbitral proceeding on the merits, the arbitral tribunal may, at the petition of one of the parties, grant a provisional measure, with the exception of protective measures as referred to in the fourth title of the Third Book. The provisional measure must be related to the claim or counterclaim in the pending arbitral proceeding.

2.

By agreement, the parties may grant an individually appointed arbitral tribunal, within the limits set by Article 254, paragraph 1, the power, regardless of whether the arbitral proceedings on the merits are pending, at the petition of one of the parties, to grant provisional relief, with the exception of protective measures as referred to in the fourth title of the Third Book.

3.

The arbitral tribunal, referred to in the first and second paragraphs, may, in connection with the provisional measure, require each party to provide sufficient security.

4.

Unless the arbitral tribunal determines otherwise, a decision of the arbitral tribunal on a petition to grant a provisional measure shall apply as an arbitral award; the provisions of the third through the fifth sections of this title shall apply thereto.

5.

The arbitral tribunal may, upon the joint petition of the parties and stating the petition, render a decision on the merits immediately instead of a decision on a provisional measure. Such a decision on the merits shall be considered an arbitral award; the provisions of the third through the fifth sections of this title shall apply thereto.

6.

The arbitral tribunal may, upon the unanimous petition of the parties, stating the petition, convert an arbitral award as referred to in paragraph 4 into an arbitral award as referred to in paragraph 5.

1.

Tijdens een aanhangig arbitraal geding ten gronde kan het scheidsgerecht, op verzoek van een der partijen, een voorlopige voorziening, met uitzondering van bewarende maatregelen als bedoeld in de vierde titel van het Derde Boek, treffen. De voorlopige voorziening moet samenhangen met de vordering of tegenvordering in het aanhangige arbitraal geding.

2.

Bij overeenkomst kunnen de partijen een afzonderlijk daartoe te benoemen scheidsgerecht, binnen de grenzen gesteld bij artikel 254, eerste lid, de bevoegdheid verlenen, ongeacht of het arbitraal geding ten gronde aanhangig is, op verzoek van een der partijen, een voorlopige voorziening te treffen, met uitzondering van bewarende maatregelen als bedoeld in de vierde titel van het Derde Boek.

3.

Het scheidsgerecht, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan in samenhang met de voorlopige voorziening van iedere partij het stellen van afdoende zekerheid verlangen.

4.

Tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt, geldt een uitspraak van het scheidsgerecht over het verzoek een voorlopige voorziening te treffen als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze titel van toepassing.

5.

Het scheidsgerecht kan, op eenparig verzoek van de partijen, onder vermelding van het verzoek, in plaats van een uitspraak over een voorlopige voorziening dadelijk een uitspraak ten gronde doen. Een zodanige uitspraak ten gronde geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze titel van toepassing.

6.

Het scheidsgerecht kan, op eenparig verzoek van de partijen, onder vermelding van het verzoek, een arbitraal vonnis als bedoeld in het vierde lid omzetten in een arbitraal vonnis als bedoeld in het vijfde lid.