Dutch Legislation

Article 1026

in force

Arbitration in the Netherlands · The arbitral tribunal

Code of Civil Procedure (Rv) — Book 4 · Book 4 · Title 1 · Section 1B · In force since 2015-01-01

Source
1.

An arbitral tribunal shall consist of an uneven number of arbitrators. It may also consist of a single arbitrator.

2.

In the event that the parties have not agreed on the number of arbitrators, or if an agreed method for determining the number is not implemented and the parties do not subsequently reach an agreement on the number, that number shall, at the petition of the most diligent party, be determined by the provisions judge (voorzieningenrechter) of the court.

3.

If the parties have agreed on an even number of arbitrators, these arbitrators shall appoint an additional arbitrator as chairman of the arbitral tribunal.

4.

In the absence of agreement between the arbitrators, this additional arbitrator shall, unless the parties have agreed otherwise, be appointed by the provisional relief judge of the court at the petition of the most diligent party.

5.

Article 1027, paragraph 4, applies mutatis mutandis to the provisions of paragraphs 2 and 4.

1.

Een scheidsgerecht heeft een oneven aantal arbiters. Het kan ook uit een arbiter bestaan.

2.

Ingeval de partijen het aantal arbiters niet zijn overeengekomen, of indien een overeengekomen wijze van bepaling van het aantal niet wordt uitgevoerd en de partijen niet alsnog tot overeenstemming komen over het aantal, wordt dat aantal op verzoek van de meest gerede partij bepaald door de voorzieningenrechter van de rechtbank.

3.

Indien de partijen een even aantal arbiters zijn overeengekomen, benoemen deze arbiters een aanvullend arbiter als voorzitter van het scheidsgerecht.

4.

Bij gebreke van overeenstemming tussen de arbiters wordt deze aanvullend arbiter, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van de meest gerede partij benoemd door de voorzieningenrechter van de rechtbank.

5.

Artikel 1027, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in het tweede en het vierde lid.