Article 15
in forcePROCEDURE AND PERMIT
1. The competent authorities of the Member State concerned shall adopt a decision on the application for an intra-corporate transferee permit or a renewal of it and notify the decision to the applicant in writing, in accordance with the notification procedures under national law, as soon as possible but not later than 90 days from the date on which the complete application was submitted.
2. Where the information or documentation supplied in support of the application is incomplete, the competent authorities shall notify the applicant within a reasonable period of the additional information that is required and set a reasonable deadline for providing it. The period referred to in paragraph 1 shall be suspended until the competent authorities have received the additional information required.
3. Reasons for a decision declaring inadmissible or rejecting an application or refusing renewal shall be given to the applicant in writing. Reasons for a decision withdrawing an intra-corporate transferee permit shall be given in writing to the intra-corporate transferee and to the host entity.
4. Any decision declaring inadmissible or rejecting the application, refusing renewal, or withdrawing an intra-corporate transferee permit shall be open to legal challenge in the Member State concerned, in accordance with national law. The written notification shall specify the court or administrative authority with which an appeal may be lodged and the time-limit for lodging the appeal.
5. Within the period referred to in Article 12(1) an applicant shall be allowed to submit an application for renewal before the expiry of the intra-corporate transferee permit. Member States may set a maximum deadline of 90 days prior to the expiry of the intra-corporate transferee permit for submitting an application for renewal.
6. Where the validity of the intra-corporate transferee permit expires during the procedure for renewal, Member States shall allow the intra-corporate transferee to stay on their territory until the competent authorities have taken a decision on the application. In such a case, they may issue, where required under national law, national temporary residence permits or equivalent authorisations.
1. De bevoegde instanties van de betrokken lidstaat nemen een besluit over de aanvraag voor een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon of voor verlenging ervan en stellen de aanvrager, overeenkomstig de nationale wettelijke kennisgevingsprocedures van de betrokken lidstaat, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 90 dagen na de datum waarop de volledige aanvraag is ingediend, schriftelijk in kennis van hun besluit.
2. Indien de ter staving van de aanvraag verstrekte gegevens of documentatie onvolledig zijn, delen de bevoegde instanties de aanvrager binnen een redelijke termijn mee welke aanvullende gegevens vereist zijn en stellen zij voor de verstrekking hiervan een redelijke termijn vast. De in lid 1 bedoelde termijn wordt opgeschort totdat de bevoegde autoriteiten de gevraagde aanvullende informatie hebben ontvangen.
3. De redenen voor een besluit tot niet-ontvankelijk verklaren of afwijzing van een aanvraag of weigering van een verlenging ervan worden de aanvrager schriftelijk meegedeeld. De redenen voor een besluit tot intrekking van een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon worden die persoon en de gastentiteit schriftelijk meegedeeld.
4. Een besluit tot niet-ontvankelijk verklaren, afwijzing van de aanvraag, of niet-verlenging of intrekking van een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon kunnen juridisch worden aangevochten in de betrokken lidstaat, overeenkomstig het nationale recht. De rechterlijke of bestuursrechtelijke instantie waar een beroep kan worden ingesteld, en de beroepstermijn worden in de schriftelijke kennisgeving vermeld.
5. Binnen de in artikel 12, lid 1, bedoelde periode krijgt een aanvrager de gelegenheid een aanvraag voor verlenging in te dienen voordat de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon verstrijkt. De lidstaten kunnen voor het indienen van een aanvraag voor verlenging een termijn stellen van maximaal 90 dagen voorafgaand aan het verstrijken van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon.
6. Als de geldigheid van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon tijdens de verlengingsprocedure verstrijkt, staan de lidstaten de binnen een onderneming overgeplaatste persoon toe op hun grondgebied te blijven in afwachting van een besluit over de aanvraag door de bevoegde instanties. In dat geval mogen de lidstaten, wanneer het nationale recht dat vereist, tijdelijke nationale verblijfsvergunningen of gelijkwaardige vergunningen afgeven.