Article 4
in forceSINGLE APPLICATION PROCEDURE AND SINGLE PERMIT
1. An application to issue, amend or renew a single permit shall be submitted by way of a single application procedure. Member States shall determine whether applications for a single permit are to be made by the third-country national or by the third-country national’s employer. Member States may also decide to allow an application from either of the two. If the application is to be submitted by the third-country national, Member States shall allow the application to be introduced from a third country or, if provided for by national law, in the territory of the Member State in which the third-country national is legally present.
2. Member States shall examine an application made under paragraph 1 and shall adopt a decision to issue, amend or renew the single permit if the applicant fulfils the requirements specified by Union or national law. A decision to issue, amend or renew the single permit shall constitute a single administrative act combining a residence permit and a work permit.
3. The single application procedure shall be without prejudice to the visa procedure which may be required for initial entry.
4. Member States shall issue a single permit, where the conditions provided for are met, to third-country nationals who apply for admission and to third-country nationals already admitted who apply to renew or modify their residence permit after the entry into force of the national implementing provisions.
1. Een aanvraag tot verstrekking, wijziging of verlenging van een gecombineerde vergunning wordt via één enkele aanvraagprocedure ingediend. De lidstaten bepalen of aanvragen voor een gecombineerde vergunning moeten worden ingediend door de onderdaan van een derde land of door diens werkgever. De lidstaten kunnen ook besluiten dat een aanvraag naar keuze door een van beide kan worden gedaan. Indien de aanvraag door de onderdaan van een derde land moet worden gedaan, staan de lidstaten toe dat de aanvraag vanuit een derde land wordt ingediend, of, indien het nationale recht daarin voorzien, vanaf het grondgebied van de lidstaat waar de onderdaan van een derde land legaal aanwezig is.
2. De lidstaten onderzoeken een aanvraag ingediend krachtens lid 1 en nemen een besluit tot verstrekking, wijziging of verlenging van de gecombineerde vergunning indien de aanvrager aan de in het recht van de Unie of het nationale recht vastgelegde voorwaarden voldoet. Een besluit tot verstrekking, wijziging of verlenging van een gecombineerde vergunning vormt één enkele administratieve handeling die zowel een verblijfsvergunning als een arbeidsvergunning behelst.
3. De enkele aanvraagprocedure laat de visumprocedure die voor een eerste binnenkomst vereist kan zijn, onverlet.
4. Na de inwerkingtreding van de nationale uitvoeringsbepalingen verstrekken de lidstaten, wanneer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, een gecombineerde vergunning aan de onderdanen van derde landen die een aanvraag om toelating hebben ingediend en aan de reeds toegelaten onderdanen van derde landen die een aanvraag hebben ingediend om hun verblijfsvergunning te verlengen of te wijzigen.