Article 217
in forceLegal proceedings · § Civil disputes
The accountability body (verantwoordingsorgaan) or the stakeholders’ body (belanghebbendenorgaan) may lodge an appeal with the Enterprise Chamber of the Amsterdam Court of Appeal against a decision concerning a matter as referred to in Article 115a, paragraph 3, or Article 115c, paragraph 1, respectively, if:
the accountability body or the stakeholder body was not granted the opportunity to issue advice prior to that decision;
that decision is not in accordance with the advice of the accountability body or the stakeholder body; or
facts and circumstances have become known which, had they been known to the accountability body or the stakeholder body at the time of issuing its advice, could have been cause not to issue that advice as it was issued.
The appeal shall be lodged by petition within eight weeks after the accountability body or the stakeholders' body has been notified of the decision.
The pension fund shall be notified of the appeal lodged.
The petition is inadmissible if a direction has been issued by the supervisory authority with respect to the same matter.
The appeal may be lodged solely on the grounds that the pension fund, in weighing the interests involved, could not reasonably have come to its decision.
The Enterprise Chamber (ondernemingskamer) shall deal with the petition with the utmost urgency. Before reaching a decision, it may, also ex officio, hear experts as well as persons employed by the pension fund. If the Enterprise Chamber finds the appeal to be well-founded, it may, if the accountability body or the stakeholders' body has so petitioned, grant one or more of the following remedies:
the imposition of the obligation on the pension fund to revoke the decision in whole or in part, as well as to undo designated consequences of that decision;
the imposition of an injunction on the pension fund to perform or cause to be performed any acts for the implementation of the decision or parts thereof.
The pension fund must comply with the provision made; however, a provision cannot affect rights acquired by third parties.
The Enterprise Chamber (Ondernemingskamer) may stay its decision on a petition for the granting of provisional measures for a period to be determined by it, if both parties so request, or if the pension fund undertakes to withdraw or amend the decision against which the appeal has been lodged, or to undo certain consequences of the decision.
After the petition has been filed, the Enterprise Chamber (ondernemingskamer) may, if necessary without delay, grant provisional measures. The third sentence of the sixth paragraph and the seventh paragraph shall apply mutatis mutandis.
Only an appeal in cassation shall lie against a decision of the Enterprise Chamber (ondernemingskamer).
The costs of conducting legal proceedings by the accountability body or the stakeholders' body shall be borne by the pension fund if they are reasonably necessary for the performance of the duties of the accountability body or the stakeholders' body and the pension fund has been notified in advance of the costs to be incurred. In legal proceedings between the pension fund and the accountability body or the stakeholders' body, the accountability body or the stakeholders' body cannot be ordered to pay the costs of the proceedings.
Het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam beroep instellen tegen een besluit betreffende een aangelegenheid als bedoeld in artikel 115a, derde lid onderscheidenlijk artikel 115c, eerste lid, indien:
het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan met betrekking tot dat besluit niet voorafgaand in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen;
dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan; of
feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die, waren zij aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van zijn advies, aanleiding zouden kunnen zijn geweest om dat advies niet uit te brengen zoals het is uitgebracht.
Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift, binnen acht weken nadat het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan van het besluit in kennis is gesteld.
Het pensioenfonds wordt van het ingestelde beroep in kennis gesteld.
Het verzoek is niet-ontvankelijk indien met betrekking tot dezelfde aangelegenheid een aanwijzing is gegeven door de toezichthouder.
Het beroep kan uitsluitend worden ingesteld terzake dat het pensioenfonds bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen.
De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. Alvorens te beslissen kan zij, ook ambtshalve, deskundigen, alsmede bij het pensioenfonds werkzame personen horen. Indien de ondernemingskamer het beroep gegrond bevindt, kan zij, indien het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan daarom heeft verzocht, een of meer van de volgende voorzieningen treffen:
het opleggen van de verplichting aan het pensioenfonds om het besluit geheel of ten dele in te trekken, alsmede om aan te wijzen gevolgen van dat besluit ongedaan te maken;
het opleggen van een verbod aan het pensioenfonds om handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of onderdelen daarvan.
Het pensioenfonds moet aan de getroffen voorziening voldoen; een voorziening kan door derden verworven rechten echter niet aantasten.
De ondernemingskamer kan haar beslissing op een verzoek tot het treffen van voorzieningen voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien beide partijen daar om verzoeken, dan wel indien het pensioenfonds op zich neemt het besluit waartegen beroep is ingesteld, in te trekken of te wijzigen, of bepaalde gevolgen van het besluit ongedaan te maken.
Nadat het verzoekschrift is ingediend kan de ondernemingskamer, zo nodig onverwijld, voorlopige voorzieningen treffen. De derde zin van het zesde lid en het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Van een beschikking van de ondernemingskamer staat uitsluitend beroep in cassatie open.
De kosten van het voeren van rechtsgedingen door het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan komen ten laste van het pensioenfonds indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan en het pensioenfonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld. In rechtsgedingen tussen het pensioenfonds en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan kan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan niet in de proceskosten worden veroordeeld.