Dutch Legislation

Article 19.8

in force

Powers in exceptional circumstances · Archeologische toevalsvondst van algemeen belang

Environment and Planning Act · Chapter 19 · Section 19.2 · In force since 2024-01-01

Source
1.

The competent authority for an accidental archaeological find of public interest is the municipal executive (college van burgemeester en wethouders) of the municipality where the find occurs.

2.

The competent authority for an accidental archaeological find of general interest occurring in an area that is not part of a municipality is Our Minister of Education, Culture and Science.

3.

By way of derogation from the first paragraph, the tasks and powers referred to in Article 19.9 may be exercised by Our Minister of Education, Culture and Science if an accidental archaeological find of general interest is of national interest.

4.

The municipal executive of the municipality where an accidental archaeological find of public interest occurs and Our Minister of Education, Culture and Science shall notify each other without delay of the data provided upon a notification as referred to in Article 5.10 of the Heritage Act regarding an accidental archaeological find of public interest, as well as of the measures taken or intended with regard to said find.

1.

Bevoegd gezag voor een archeologische toevalsvondst van algemeen belang is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de vondst zich voordoet.

2.

Bevoegd gezag voor een archeologische toevalsvondst van algemeen belang die zich voordoet in een gebied dat niet gemeentelijk is ingedeeld, is Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

3.

In afwijking van het eerste lid kunnen de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 19.9, worden uitgeoefend door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als een archeologische toevalsvondst van algemeen belang, van nationaal belang is.

4.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar zich een archeologische toevalsvondst van algemeen belang voordoet en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stellen elkaar onverwijld in kennis van de bij een melding als bedoeld in artikel 5.10 van de Erfgoedwet van een archeologische toevalsvondst van algemeen belang verstrekte gegevens en de bij die vondst getroffen of voorgenomen maatregelen.