Dutch Legislation

Article 18.12

in force

Enforcement and implementation · Bestuursrechtelijke handhaving

Environment and Planning Act · Chapter 18 · Section 18.1 · In force since 2024-01-01

Source
1.

The competent authority may impose an administrative fine in the event of a violation of:

a.

rules laid down in an environmental plan pursuant to Article 4.1, paragraph 1, concerning the use or the condition of open yards or grounds or the use of buildings, or concerning the prevention of nuisance,

b.

pursuant to the rules laid down under Article 4.3, paragraph 1, preamble and under (a), and paragraph 4, concerning construction activities, demolition activities, and the use and maintenance of structures.

2.

The administrative fine shall not exceed the amount established for the second category, as referred to in Article 23, paragraph 4, of the Criminal Code.

3.

If the violation causes a threat to the quality of life or a danger to health or safety, the competent authority may increase the fine to a maximum of the amount established for the fourth category, as referred to in Article 23, paragraph 4, of the Criminal Code.

4.

Further rules may be established by Order in Council regarding the amount of the administrative fine that may be imposed for an infringement.

1.

Het bevoegd gezag kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:

a.

op grond van artikel 4.1, eerste lid, in een omgevingsplan gestelde regels over het gebruik of de staat van open erven of terreinen of het gebruik van gebouwen, of over het tegengaan van hinder,

b.

op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, en vierde lid, gestelde regels over bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en in stand houden van bouwwerken.

2.

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Als de overtreding een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid veroorzaakt, kan het bevoegd gezag de boete verhogen tot ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete die wegens een overtreding kan worden opgelegd.