Dutch Legislation

Article 16.87

in force

Procedures · Beslistermijn, bekendmaking, inwerkingtreding en beroep

Environment and Planning Act · Chapter 16 · Section 16.7 · In force since 2026-07-01

Source
1.

The Administrative Jurisdiction Division of the Council of State shall hear appeals against a project decision, against a decision regarding approval as referred to in Article 16.72, and against a decision for the implementation of a project decision with the application of Division 8.2.3 of the General Administrative Law Act.

2.

If the Administrative Jurisdiction Division of the Council of State seeks advice from the Foundation for Administrative Law Advice for Environmental and Planning Matters (Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening) regarding appeals against decisions as referred to in the first paragraph, that foundation shall issue its advice within two months of the request.

3.

The Administrative Jurisdiction Division of the Council of State shall decide on appeals against a project decision or against a decision regarding approval as referred to in Article 16.72 within six months after receipt of the statement of defence.

4.

In exceptional circumstances, the Division may extend the period referred to in the third paragraph by a maximum of three months.

5.

The Division shall decide on appeals against a decision implementing a project decision to which, pursuant to Article 16.7, Division 3.5 of the General Administrative Law Act applies, within six months after receipt of the statements of defence.

6.

The third and fifth paragraphs shall not apply if Article 8:51a or 8:51d of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) is applied. In that case, the Administrative Jurisdiction Division of the Council of State shall:

a.

within six months after receipt of the statement of defence, an interim judgment; and

b.

within six months after the dispatch of the interlocutory decision, a final decision.

7.

Furthermore, the third and fifth paragraphs shall not apply if the Administrative Jurisdiction Division of the Council of State refers questions for a preliminary ruling in application of Article 267 of the Treaty on the Functioning of the European Union. In that case, the questions shall be referred by way of an interlocutory decision within six months after receipt of the statement of defence. In the interlocutory decision, the Administrative Jurisdiction Division of the Council of State shall, as far as possible, also decide on the grounds of appeal that are not affected by the questions.

1.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt beroepen tegen een projectbesluit, tegen een besluit over goedkeuring als bedoeld in artikel 16.72 en tegen een besluit ter uitvoering van een projectbesluit met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

Als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor beroepen tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening inwint, brengt die stichting binnen twee maanden na het verzoek advies uit.

3.

Op beroepen tegen een projectbesluit of tegen een besluit over goedkeuring als bedoeld in artikel 16.72 beslist de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift.

4.

In bijzondere omstandigheden kan de Afdeling de in het derde lid genoemde termijn met ten hoogste drie maanden verlengen.

5.

Op beroepen tegen een besluit ter uitvoering van een projectbesluit waarop op grond van artikel 16.7 afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, beslist de Afdeling binnen zes maanden na ontvangst van de verweerschriften.

6.

Het derde en vijfde lid zijn niet van toepassing als artikel 8:51a of 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegepast. In dat geval doet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

a.

binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift een tussenuitspraak; en

b.

binnen zes maanden na verzending van de tussenuitspraak een einduitspraak.

7.

Het derde en vijfde lid zijn voorts niet van toepassing als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie prejudiciële vragen stelt. In dat geval worden de vragen binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift bij tussenuitspraak gesteld. In de tussenuitspraak beslist de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zoveel mogelijk ook op de beroepsgronden die niet door de vragen worden geraakt.