Dutch Legislation

Article 16.77b

in force

Procedures · Beslistermijn, bekendmaking, inwerkingtreding en beroep

Environment and Planning Act · Chapter 16 · Section 16.7 · In force since 2026-07-01

Source
1.

An environmental plan shall not be published until two weeks have elapsed since the day on which the environmental plan was adopted, unless:

a.

the provincial executive (gedeputeerde staten) have not submitted any views regarding the draft environmental plan,

b.

no changes have been made in relation to the draft of the environment and planning plan, or

c.

The Provincial Executive (gedeputeerde staten) has determined that the environmental plan may be made available for public inspection at an earlier date.

2.

Article 3:42 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) shall apply mutatis mutandis to an environmental vision and a programme as referred to in Sections 3.2.2 up to and including 3.2.4.

3.

Upon the announcement of a project decision, a decision to implement a project decision, or a decision designated pursuant to Article 16.87a, the special regulation regarding the submission of grounds for appeal, as referred to in Article 16.86, shall be stated.

1.

Een omgevingsplan wordt niet eerder bekendgemaakt dan nadat twee weken zijn verstreken sinds de dag waarop het omgevingsplan is vastgesteld, tenzij:

a.

gedeputeerde staten over het ontwerp van het omgevingsplan geen zienswijzen naar voren hebben gebracht,

b.

ten opzichte van het ontwerp van het omgevingsplan geen wijzigingen zijn aangebracht, of

c.

gedeputeerde staten hebben bepaald dat het omgevingsplan eerder ter inzage mag worden gelegd.

2.

Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvisie en een programma als bedoeld in de paragrafen 3.2.2 tot en met 3.2.4.

3.

Bij de bekendmaking van een projectbesluit, een besluit tot uitvoering van een projectbesluit of een besluit dat is aangewezen op grond van artikel 16.87a wordt de bijzondere regeling over het aanvoeren van gronden van het beroep, bedoeld in artikel 16.86, vermeld.