Article 16.44
in forceProcedures · Milieueffectrapportage
The competent authority may, upon request or of its own motion, grant an exemption from the obligations pursuant to this section for a project or part thereof that is intended solely for defence purposes or for a project that is necessary solely due to an emergency situation as referred to in the Coordination Act on Exceptional Circumstances (Coördinatiewet uitzonderingstoestanden), if the application of the obligations has adverse consequences for defence or for combating the emergency situation.
Our Minister of Infrastructure and Water Management may, upon the petition of the party intending to execute the project, grant an exemption from the obligations pursuant to this section if the application thereof has adverse consequences for the purpose of the project and the objectives of the EIA Directive are met, unless the project may have significant transboundary effects.
If application is given to the second paragraph, Our Minister of Infrastructure and Water Management shall assess whether another form of environmental impact assessment is appropriate. If another environmental impact assessment must be carried out, Article 16.49, first and third paragraphs, shall apply mutatis mutandis.
Rules may be laid down by Order in Council regarding the provision of data and documents in connection with a petition for an exemption.
Het bevoegd gezag kan op verzoek of ambtshalve ontheffing verlenen van de verplichtingen op grond van deze paragraaf voor een project of deel daarvan dat alleen is bestemd voor defensie of voor een project dat alleen noodzakelijk is vanwege een noodtoestand als bedoeld in de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden als toepassing van de verplichtingen nadelige gevolgen heeft voor defensie of het bestrijden van de noodtoestand.
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan op verzoek van degene die voornemens is het project uit te voeren ontheffing verlenen van de verplichtingen op grond van deze paragraaf als de toepassing daarvan nadelige gevolgen heeft voor het doel van het project en aan de doelstellingen van de mer-richtlijn wordt voldaan, tenzij het project aanzienlijke grensoverschrijdende effecten kan hebben.
Als toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, beoordeelt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of een andere vorm van beoordeling van de milieueffecten geschikt is. Als een andere beoordeling van de milieueffecten moet worden uitgevoerd, is artikel 16.49, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een verzoek om ontheffing.