Dutch Legislation

Article 16.33d

in force

Procedures · Totstandkomingsprocedures

Environment and Planning Act · Chapter 16 · Section 16.3 · In force since 2024-01-01

Source
1.

The public inspection of the draft expropriation order shall take place within the municipality or municipalities in which the immovable property is situated. The costs of the public inspection and the notification shall be borne by the expropriating party.

2.

Upon the announcement and notification of the expropriation order, the administrative authority shall state:

a.

which court shall be petitioned to confirm the expropriation order,

b.

that interested parties may, within six weeks from the day on which the court order has been made available for inspection, submit written objections against the court order to that court,

c.

that the order shall take effect as of the day following the day on which the decision by which it was confirmed has been made public in the prescribed manner.

3.

If an interested party has deceased, resides outside the Kingdom, or has no known place of residence, the expropriation order shall also be sent to the heir, authorized representative, or administrator of the interested party, unless no heir, authorized representative, or administrator can reasonably be known to the administrative authority.

1.

De terinzagelegging van de ontwerponteigeningsbeschikking vindt plaats binnen de gemeente of gemeenten waarin de onroerende zaak ligt. De kosten van de terinzagelegging en de kennisgeving komen voor rekening van de onteigenaar.

2.

Bij de bekendmaking en de kennisgeving van de onteigeningsbeschikking vermeldt het bestuursorgaan:

a.

welke rechtbank het zal verzoeken de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen,

b.

dat belanghebbenden binnen zes weken na de dag waarop de beschikking ter inzage is gelegd, bij die rechtbank schriftelijk bedenkingen kunnen inbrengen tegen de beschikking,

c.

dat de beschikking in werking treedt met ingang van de dag na die waarop de uitspraak waarbij zij is bekrachtigd, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

3.

Als een belanghebbende is overleden, buiten het Koninkrijk woont of geen bekende woonplaats heeft, wordt de onteigeningsbeschikking ook gezonden aan de erfgenaam, gevolmachtigde of bewindvoerder van de belanghebbende, tenzij er redelijkerwijs geen erfgenaam, gevolmachtigde of bewindvoerder bekend kan zijn voor het bestuursorgaan.