Article 16.16
in forceProcedures · Coördinatie en betrokkenheid andere bestuursorganen
If an application for a decision pursuant to this Act relates to a case designated by Order in Council, the intended decision on the application shall require the consent of the administrative authority that has been given the opportunity to provide advice pursuant to Article 16.15. In the designation, it may be stipulated that only an intended decision to grant the application requires consent.
The measure shall designate cases in which the consent of the designated administrative body is desirable due to:
the specific expertise of the administrative authority,
compelling interests to be served by the administrative authority, having regard to the tasks assigned to that administrative authority concerning the physical living environment, or
provincial interests to be promoted by the provincial executive.
The measure may provide that the designated administrative body may designate cases in which consent is not required.
The designated administrative body may determine, in the advice issued pursuant to Article 16.15, that consent is not required.
By way of derogation from Article 10:3, second paragraph, preamble and under c, of the General Administrative Law Act, the designated administrative authority may grant a mandate to decide on the consent.
Als een aanvraag om een besluit op grond van deze wet betrekking heeft op een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval, behoeft de voorgenomen beslissing op de aanvraag instemming van het bestuursorgaan dat op grond van artikel 16.15 in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen. Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat alleen een voorgenomen beslissing tot het toewijzen van de aanvraag instemming behoeft.
Bij de maatregel worden gevallen aangewezen waarin instemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is vanwege:
de bijzondere deskundigheid van het bestuursorgaan,
door het bestuursorgaan te behartigen zwaarwegende belangen, gelet op de aan dat bestuursorgaan toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, of
door het provinciebestuur te behartigen provinciale belangen.
Bij de maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan gevallen kan aanwijzen waarin instemming niet is vereist.
Het aangewezen bestuursorgaan kan bij het op grond van artikel 16.15 uitgebrachte advies bepalen dat instemming niet is vereist.
In afwijking van artikel 10:3, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht kan het aangewezen bestuursorgaan mandaat verlenen om te beslissen over de instemming.