Dutch Legislation

Article 76

in force

Updating of the cadastral base registry · Renewal

Land Registry Act · Title 1 · Section 3 · In force since 2008-01-01

Source
1.

The official charged with the investigation for renewal shall obtain information, if necessary on-site, request the submission or disclosure of documents if necessary, and make the necessary observations. The interested parties referred to in Article 75, paragraph 2, shall, if deemed necessary by the official by means of an on-site indication, provide the information required by the official for the renewal and, for that purpose, submit or disclose documents if necessary. Article 67, paragraph 2, shall apply mutatis mutandis.

2.

On the basis of the report of findings, proposals for renewal shall be made. Before proceeding to do so, it shall be verified whether, following the investigation for renewal, any further updates have taken place with regard to the immovable property to which the proposal relates. If that is the case, such updates shall be mentioned separately in the proposal, in accordance with rules to be established by the management of the Agency. Each proposal shall in any event contain the data regarding the rights, the entitled parties, the size, and the cadastral designation of the immovable property to which it relates, as these stand on the day on which the proposal is drawn up.

3.

When preparing a proposal for renewal, no account shall be taken of unregistered facts the legal effect of which can only occur upon their registration in the public registers.

4.

In the proposal, the data concerning mortgage rights and attachments, as they appear from the documents registered in the public registers, shall be adopted unchanged. If, during the investigation, it has become apparent that the extent of the immovable property upon which the mortgage right has been established or upon which an attachment has been levied has undergone a change, such change shall be taken into account when drawing up the proposal.

5.

The proposal shall only state data regarding those easements which are recorded in the cadastral base registry, or, if not recorded therein, the existence of which has become plausible on the basis of information, documents or observations, as referred to in the first paragraph.

6.

The proposal for renewal shall be made known to interested parties. Article 58, paragraph 2, shall apply mutatis mutandis. In the application of Article 56b, the decision of the official regarding the notice of objection shall contain all data from the proposal for renewal concerning the rights, the entitled parties, the cadastral designation, and the size of the immovable property to which the renewal relates, including those the accuracy of which has not been disputed by interested parties.

7.

The board of the Service shall make the proposal for renewal public in accordance with Article 3:42 of the General Administrative Law Act. The submission of notices of objection and the lodging of appeals, as well as the decisions rendered thereon, shall be mentioned in the proposal in accordance with rules to be established by the board of the Service.

1.

De met het onderzoek van vernieuwing belaste ambtenaar wint, zonodig ter plaatse, inlichtingen in, verzoekt zonodig om overlegging of openlegging van bescheiden en doet de nodige waarnemingen. De belanghebbenden, bedoeld in artikel 75, tweede lid, dienen, indien naar het oordeel van de ambtenaar nodig door aanwijzing ter plaatse, de door de ambtenaar voor de vernieuwing benodigde inlichtingen te verschaffen en daartoe zonodig bescheiden over te leggen of open te leggen. Artikel 67, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Op de grondslag van het relaas van bevindingen worden voorstellen van vernieuwing gemaakt. Alvorens daartoe wordt overgegaan, wordt nagegaan of na het onderzoek van vernieuwing met betrekking tot de onroerende zaak waarop het voorstel betrekking heeft, nog bijhoudingen hebben plaatsgevonden. Is dat het geval dan wordt in het voorstel afzonderlijk melding gemaakt van die bijhoudingen, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst vast te stellen regelen. Elk voorstel bevat in elk geval de gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, de grootte, de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak waarop het betrekking heeft, zoals deze luiden op de dag waarop het voorstel is opgemaakt.

3.

Bij het maken van een voorstel van vernieuwing wordt geen acht geslagen op niet-ingeschreven feiten waarvan het rechtsgevolg slechts kan intreden door inschrijving daarvan in de openbare registers.

4.

In het voorstel worden de gegevens omtrent rechten van hypotheek en inbeslagnemingen, zoals deze blijken uit de in de openbare registers ingeschreven stukken, ongewijzigd overgenomen. Indien tijdens het onderzoek is gebleken dat de omvang van de onroerende zaak waarop het recht van hypotheek is gevestigd of waarop beslag is gelegd, wijziging heeft ondergaan, wordt bij het opmaken van het voorstel op die wijziging acht geslagen.

5.

In het voorstel worden slechts gegevens omtrent die erfdienstbaarheden vermeld welke in de basisregistratie kadaster zijn vermeld, of, indien niet daarin vermeld, waarvan het bestaan aannemelijk is geworden op grond van inlichtingen, bescheiden of waarnemingen, als bedoeld in het eerste lid.

6.

Het voorstel van vernieuwing wordt bekend gemaakt aan belanghebbenden. Artikel 58, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van artikel 56b bevat de beslissing van de ambtenaar op het bezwaarschrift alle gegevens uit het voorstel van vernieuwing omtrent de rechten, de rechthebbenden, de kadastrale aanduiding en de grootte van de onroerende zaak, waarop de vernieuwing betrekking heeft, ook die waarvan de juistheid door belanghebbenden niet is betwist.

7.

Het bestuur van de Dienst maakt het voorstel van vernieuwing bekend overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. Van de indiening van bezwaarschriften en het instellen van beroep, alsmede van daarop gegeven beslissingen wordt bij het voorstel melding gemaakt overeenkomstig door het bestuur van de Dienst vast te stellen regelen.