Article 25
in forceThe provision and use of data · § Effect towards third parties
A fact that must be made public by means of registration or filing may not be invoked against third parties who were unaware thereof as long as the registration or filing and, insofar as applicable, the notification referred to in Article 24 have not taken place.
If the third party demonstrates that it was impossible for him to have taken cognizance of a notification as referred to in Article 24, he may rely on the fact that he was unaware of the disclosed fact, provided that this reliance relates to what occurred within fifteen days after the notification was made. The General Extension of Time Limits Act (Algemene Termijnenwet) shall not apply to this period.
The person to whom an enterprise belongs, the registered legal person, or the person who has submitted any fact or is obliged to submit any fact, may not invoke against third parties who were unaware thereof the inaccuracy or incompleteness of the registration or of the notification referred to in Article 24. The filing of documents shall be equated with registration.
This Article shall not apply in respect of:
Article 811, paragraph 2, of Book 7 of the Civil Code;
statements concerning matters which, pursuant to any statutory provision – other than Book 2 of the Civil Code, Regulation 2137/85 or Regulation 2157/2001 – are also disclosed in another manner;
the data designated by administrative order;
the data referred to in Article 15a, paragraph 2, and the documents referred to in Article 15a, paragraph 3.
Op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang de inschrijving of deponering en, voor zover van toepassing, de in artikel 24 bedoelde mededeling niet hebben plaatsgevonden.
Indien de derde aantoont dat hij onmogelijk kennis heeft kunnen nemen van een mededeling als bedoeld in artikel 24 kan hij zich erop beroepen dat hij van het bekendgemaakte feit onkundig was, mits dit beroep betrekking heeft op hetgeen heeft plaatsgevonden binnen vijftien dagen nadat de mededeling was geschied. De Algemene Termijnenwet is op deze termijn niet van toepassing.
Degene aan wie een onderneming toebehoort, de ingeschreven rechtspersoon of degene die enig feit heeft opgegeven of verplicht is enig feit op te geven, kan aan derden die daarvan onkundig waren niet de onjuistheid of onvolledigheid van de inschrijving of van de in artikel 24 bedoelde mededeling tegenwerpen. Met de inschrijving wordt de deponering van bescheiden gelijkgesteld.
Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van:
artikel 811, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
opgaven betreffende aangelegenheden die ingevolge enig wettelijk voorschrift – niet zijnde Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, verordening 2137/85 of verordening 2157/2001 – ook op andere wijze worden bekend gemaakt;
de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens;
de gegevens, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, en de bescheiden, bedoeld in artikel 15a, derde lid.