Article 2.32
in forceTrademarks as part of the assets
A trademark may be the subject of licences for all or part of the goods or services for which it is registered and for the whole or part of the Benelux territory. A licence may be exclusive or non-exclusive.
The rights attached to the trademark may be invoked by the trademark proprietor against a licensee who acts in breach of any of the provisions of the licence agreement with regard to:
the duration thereof;
the form covered by the registration in which the trademark may be used;
the goods or services for which the licence has been granted;
the territory in which the affixing of the trademark is permitted; or
the quality of the goods manufactured or the services performed by the licensee.
The cancellation of the registration of the licence in the register shall only take place upon the joint petition of the trademark holder and the licensee.
Without prejudice to the provisions of the licence agreement, the licensee may only institute proceedings for trademark infringement with the consent of the proprietor of that trademark. However, the holder of an exclusive licence may institute such proceedings if the trademark proprietor, after having been served notice to do so, does not institute proceedings for infringement within a reasonable period.
The licensee is entitled to intervene in an action instituted by the trademark proprietor as referred to in Article 2.21, paragraphs 1 to 4 inclusive, in order to obtain compensation for damage suffered directly by him or to be awarded a proportionate share of the profits enjoyed by the defendant.
The licensee may only institute an independent claim as referred to in the previous paragraph if he has stipulated the authority to do so from the trademark proprietor.
The licensee has the right to exercise the powers referred to in Article 2.22, paragraph 1, insofar as these extend to the protection of the rights the exercise of which has been granted to him, provided that he has obtained the consent of the trademark holder for this purpose.
Het merk kan het voorwerp zijn van licenties voor alle of voor een deel van de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven en voor het geheel of voor een deel van het Benelux-gebied. Een licentie kan al dan niet uitsluitend zijn.
De aan het merk verbonden rechten kunnen door de merkhouder worden ingeroepen tegen een licentiehouder die handelt in strijd met een van de bepalingen van de licentieovereenkomst inzake:
de duur daarvan;
de door de inschrijving gedekte vorm waarin het merk mag worden gebruikt;
de waren of diensten waarvoor de licentie is verleend;
het gebied waarin aanbrenging van het merk is toegestaan; of
de kwaliteit van de door de licentiehouder vervaardigde waren of verrichte diensten.
De doorhaling van de inschrijving van de licentie in het register vindt slechts plaats op gezamenlijk verzoek van de merkhouder en de licentiehouder.
Onverminderd het bepaalde in de licentieovereenkomst kan de licentiehouder een vordering wegens inbreuk op een merk alleen instellen met toestemming van de houder van dat merk. De houder van een exclusieve licentie kan deze vordering echter instellen indien de merkhouder, na daartoe te zijn aangemaand, niet zelf binnen een redelijke termijn een vordering wegens inbreuk instelt.
De licentiehouder is bevoegd in een door de merkhouder ingestelde vordering als bedoeld in artikel 2.21, lid 1 tot en met 4, tussen te komen om rechtstreeks door hem geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde genoten winst te doen toewijzen.
Een zelfstandige vordering als bedoeld in het vorige lid kan de licentiehouder slechts instellen, indien hij de bevoegdheid daartoe van de merkhouder heeft bedongen.
De licentiehouder heeft het recht de in artikel 2.22, lid 1, bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, voor zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan hem de uitoefening is toegestaan, indien hij daartoe toestemming van de merkhouder heeft verkregen.