Article 174
in forceDEDUCTIONS
1. The deductible proportion shall be made up of a fraction comprising the following amounts:
(a) as numerator, the total amount, exclusive of VAT, of turnover per year attributable to transactions in respect of which VAT is deductible pursuant to Articles 168 and 169;
(b) as denominator, the total amount, exclusive of VAT, of turnover per year attributable to transactions included in the numerator and to transactions in respect of which VAT is not deductible.
Member States may include in the denominator the amount of subsidies, other than those directly linked to the price of supplies of goods or services referred to in Article 73.
2. By way of derogation from paragraph 1, the following amounts shall be excluded from the calculation of the deductible proportion:
(a) the amount of turnover attributable to supplies of capital goods used by the taxable person for the purposes of his business;
(b) the amount of turnover attributable to incidental real estate and financial transactions;
(c) the amount of turnover attributable to the transactions specified in points (b) to (g) of Article 135(1) in so far as those transactions are incidental.
3. Where Member States exercise the option under Article 191 not to require adjustment in respect of capital goods, they may include disposals of capital goods in the calculation of the deductible proportion.
1. Het aftrekbare gedeelte is de uitkomst van een breuk, waarvan:
a) de teller bestaat uit het totale bedrag van de per jaar berekende omzet, de BTW niet inbegrepen, met betrekking tot handelingen waarvoor overeenkomstig de artikelen 168 en 169 recht op aftrek bestaat, en
b) de noemer bestaat uit het totale bedrag van de per jaar berekende omzet, de BTW niet inbegrepen, met betrekking tot de handelingen die in de teller zijn opgenomen en de handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat.
De lidstaten kunnen in de noemer het bedrag van andere subsidies opnemen dan die welke rechtstreeks verband houden met de in artikel 73 bedoelde prijs van de handelingen.
2. In afwijking van lid 1 worden voor de berekening van het aftrekbare gedeelte de volgende bedragen buiten beschouwing gelaten:
a) de omzet met betrekking tot de levering van investeringsgoederen die door de belastingplichtige in het kader van zijn onderneming worden gebruikt;
b) de omzet met betrekking tot bijkomstige handelingen ter zake van onroerende goederen en bijkomstige financiële handelingen;
c) de omzet met betrekking tot de in artikel 135, lid 1, punten b) tot en met g), bedoelde handelingen die bijkomstig zijn.
3. Indien de lidstaten gebruikmaken van de in artikel 191 geboden mogelijkheid geen herziening voor investeringsgoederen te eisen, mogen zij de opbrengst van de verkoop van investeringsgoederen opnemen in de berekening van het aftrekbare gedeelte.