Article 56
in forceAdministrative handling of naturalisation requests · § Administrative processing of naturalisation petitions abroad
Our Minister shall without delay send the extracts of the decree granting Netherlands citizenship for notification to the authority of the place of residence of the petitioner. He shall send the decree of full or partial rejection of the petition to the petitioner, stating the period within which an objection may be lodged against the decree. He shall simultaneously notify Our Minister of Foreign Affairs of the same.
By regulation of Our Minister, after consultation with Our Minister of Foreign Affairs, rules may be established concerning the manner of publication of the grant of Netherlands citizenship, and rules may be established concerning the collection of residence documents issued by the competent authorities in the Kingdom of the petitioner and of the persons who share in the naturalisation.
If the notification of the decision to grant Netherlands citizenship is effected by means of presentation, the provisions of Chapter IIIA, with the exception of the time limits in Article 60b, second and fourth paragraphs, shall apply thereto.
Onze Minister zendt de uittreksels van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap onverwijld ter bekendmaking toe aan de autoriteit van de woonplaats van de verzoeker. Hij zendt het besluit tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek toe aan de verzoeker onder vermelding van de termijn waarbinnen tegen het besluit bezwaar gemaakt kan worden. Hij bericht een en ander gelijktijdig aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
Bij regeling van Onze Minister kunnen na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken regels worden gesteld betreffende de wijze van bekendmaking van de verlening van het Nederlanderschap en kunnen regels gesteld worden betreffende de inname van de door de bevoegde autoriteiten in het Koninkrijk afgegeven verblijfsdocumenten van de verzoeker en van de personen die in de naturalisatie delen.
Indien de bekendmaking van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap door uitreiking geschiedt, is daarop het bepaalde in hoofdstuk IIIA, met uitzondering van de tijdsbepalingen in artikel 60b, tweede en vierde lid, van toepassing.