Dutch Legislation

Article 47

in force

Administrative handling of naturalisation requests · § Administrative processing of naturalisation petitions in Aruba, Curaçao and Sint Maarten

Decree on Acquisition and Loss of Dutch Nationality · Chapter III · § 4 · In force since 2015-01-01

Source
1.

After having taken the petition for naturalisation into consideration, the Governor shall request Our Minister of General Affairs concerned to verify the data provided by the petitioner against the data recorded in the personal records database.

2.

With regard to persons named in the naturalisation petition who are not residents of Aruba, Curaçao or Sint Maarten respectively, he shall, as necessary, depending on the place where they are registered as residents according to the basic administration, request the mayor of the municipality concerned or the lieutenant governor (gezaghebber) of the public body concerned to verify the data provided to him within ten weeks.

3.

With regard to persons named in the naturalisation petition who do not have their principal residence in the Kingdom, he shall, if necessary, request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data provided to him, if possible within ten weeks.

4.

He shall request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data of the persons referred to in Article 45, paragraph 2, within four weeks against the data recorded in the register maintained by the latter.

5.

He shall investigate, as far as possible, the accuracy of the data that cannot be verified in the manner indicated in the first through fourth paragraphs.

1.

Nadat hij het verzoek tot naturalisatie in behandeling genomen heeft, verzoekt de Gouverneur Onze Minister van Algemene Zaken die het aangaat de door de verzoeker verstrekte gegevens te toetsen aan de gegevens die in de basisadministratie zijn opgenomen.

2.

Met betrekking tot personen die in het naturalisatieverzoek zijn genoemd en die geen ingezetene zijn van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten verzoekt hij zo nodig, al naar gelang de plaats waar zij volgens de basisadministratie als ingezetene zijn ingeschreven, aan de burgemeester van de betreffende gemeente of aan de gezaghebber van het betrokken openbaar lichaam de hem verstrekte gegevens binnen tien weken te toetsen.

3.

Met betrekking tot personen die in het naturalisatieverzoek zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in het Koninkrijk verzoekt hij, zo nodig, Onze Minister van Buitenlandse Zaken de hem verstrekte gegevens zo mogelijk binnen tien weken te toetsen.

4.

Hij verzoekt Onze Minister van Buitenlandse Zaken de gegevens van personen, bedoeld in artikel 45, tweede lid, binnen vier weken te toetsen aan de gegevens die zijn opgenomen in het door deze gehouden register.

5.

Hij onderzoekt, voor zover mogelijk, de juistheid van de gegevens die niet op de in het eerste tot en met het vierde lid aangegeven wijze kunnen worden getoetst.