Article 21
in forceAdministrative handling of option declarations · § Administrative processing of option declarations in Aruba, Curaçao and Sint Maarten
After having taken the option declaration into consideration, the Governor shall request Our Minister of General Affairs concerned to verify the data provided by the optant against the data recorded in the personal records database.
With regard to persons named in the option declaration who do not have their principal residence in Aruba, Curaçao or Sint Maarten respectively, he shall, if necessary, depending on the place where they are registered as residents according to the basic administration, request the mayor of the municipality or the island governor (gezaghebber) of the public body concerned to verify the data provided to him within ten weeks.
With regard to persons who are named in the option declaration and who do not have their principal residence in the Kingdom, he shall, if necessary, request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data provided to him, if possible within ten weeks.
In the event that it occurs, he shall request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data of persons, as referred to in Article 19, paragraph 2, within four weeks against the data included in the register maintained by the latter.
He shall investigate, as far as possible, the accuracy of the data that cannot be verified in the manner indicated in the first through fourth paragraphs.
The authorities referred to in the second through fourth paragraphs are obliged to provide the aforementioned cooperation.
Nadat hij de optieverklaring in behandeling heeft genomen, verzoekt de Gouverneur Onze Minister van Algemene Zaken die het aangaat de door de optant verstrekte gegevens te toetsen aan de gegevens die in de basisadministratie zijn opgenomen.
Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten verzoekt hij zo nodig, al naar gelang de plaats waar zij volgens de basisadministratie als ingezetene zijn ingeschreven, aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het betrokken openbaar lichaam om binnen tien weken de hem verstrekte gegevens te toetsen.
Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in het Koninkrijk, verzoekt hij, zo nodig, Onze Minister van Buitenlandse Zaken de hem verstrekte gegevens zo mogelijk binnen tien weken te toetsen.
Hij verzoekt in het voorkomende geval Onze Minister van Buitenlandse Zaken de gegevens van personen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, binnen vier weken te toetsen aan de gegevens die zijn opgenomen in het door deze gehouden register.
Hij onderzoekt, voor zover mogelijk, de juistheid van de gegevens die niet op de in het eerste tot en met het vierde lid aangegeven wijze kunnen worden getoetst.
De in het tweede tot en met het vierde lid genoemde autoriteiten zijn verplicht de genoemde medewerking te verlenen.