Article 15
in forceAdministrative handling of option declarations · § Administrative processing of option declarations in the public bodies of Bonaire, Sint Eustatius and Saba
After having taken the option declaration into consideration, Our Minister shall verify the data provided by the person exercising the option against the data recorded in the municipal personal records database.
With regard to persons named in the option declaration who do not have their principal residence in his public body, he shall, if necessary, depending on the place where they are registered as residents according to the basic administration, request the Lieutenant Governor of the public body concerned to verify the data provided to him within four weeks, and Our Minister of General Affairs of Aruba, Curaçao or Sint Maarten respectively, or the mayor of the municipality, to verify the data provided to him within ten weeks.
With respect to persons who are named in the option declaration and who do not have their principal residence in the Kingdom, he shall, if necessary, request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data provided to him, if possible within ten weeks.
In the relevant case, he shall request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data of the persons referred to in Article 13, paragraph 2, within four weeks against the data included in the register maintained by the latter.
He shall investigate, as far as possible, the accuracy of the data that cannot be verified in the manner indicated in the first through fourth paragraphs.
The authorities referred to in the second through fourth paragraphs are obliged to provide the aforementioned cooperation.
Nadat hij de optieverklaring in behandeling heeft genomen, toetst Onze Minister de door de optant verstrekte gegevens aan de gegevens die in de basisadministratie zijn opgenomen.
Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in zijn openbaar lichaam verzoekt hij zo nodig, al naar gelang de plaats waar zij volgens de basisadministratie als ingezetene zijn ingeschreven, de gezaghebber van het betreffende openbaar lichaam om binnen vier weken, en Onze Minister van Algemene Zaken van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten of de burgemeester van de gemeente om binnen tien weken de hem verstrekte gegevens te toetsen.
Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in het Koninkrijk, verzoekt hij, zo nodig, Onze Minister van Buitenlandse Zaken de hem verstrekte gegevens zo mogelijk binnen tien weken te toetsen.
Hij verzoekt in het voorkomende geval Onze Minister van Buitenlandse Zaken de gegevens van personen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, binnen vier weken te toetsen aan de gegevens die zijn opgenomen in het door deze gehouden register.
Hij onderzoekt, voor zover mogelijk, de juistheid van de gegevens die niet op de in het eerste tot en met het vierde lid aangegeven wijze kunnen worden getoetst.
De in het tweede tot en met het vierde lid genoemde autoriteiten zijn verplicht de genoemde medewerking te verlenen.