Article 1a
in forceThe offences referred to in Article 151a, paragraph 3, of the Act, in respect of which the assistant public prosecutor is authorised to conduct a DNA investigation based on cellular material from an unknown suspect, are designated as the offences referred to in Articles 310 and 311, paragraph 1, points 1°, 4° and 5°, of the Criminal Code.
Als misdrijven als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de wet, ten aanzien waarvan de hulpofficier van justitie de bevoegdheid heeft een DNA-onderzoek op basis van celmateriaal van een onbekende verdachte te verrichten, worden aangewezen de misdrijven, bedoeld in de artikelen 310 en 311, eerste lid, onderdelen 1°, 4° en 5°, van het Wetboek van Strafrecht.