Nederlandse wetgeving

Artikel 7

geldend

Rechtspraak · Algemene bepalingen

Wet op de rechterlijke organisatie · Hoofdstuk 2 · Afdeling 1 · Geldig vanaf 2017-01-01

Bron
1.

De voorzitter van de meervoudige kamer doet in raadkamer hoofdelijk omvraag. De voorzitter geeft als laatste zijn oordeel.

2.

Ieder lid is verplicht aan de besluitvorming deel te nemen.

3.

De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de rechters in opleiding en de officieren in opleiding, de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, de griffier, substituut-griffier en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit.