Nederlandse wetgeving

Artikel 11

geldend

Minimumloon

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag · Hoofdstuk II · Geldig vanaf 2024-01-01

Bron
1.

Indien ten aanzien van een werknemer op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst, publiekrechtelijke regeling of een schriftelijke arbeidsovereenkomst sprake is van een vaste overeengekomen arbeidsduur per week en een vaste beloning per maand, wordt aan de werknemer ten minste het minimumuurloon dat geldt in het betreffende tijdvak over het gemiddeld aantal arbeidsuren van de betreffende maand, afgeleid van het totaal aantal arbeidsuren dat de betreffende werknemer arbeid verricht in dat kalenderjaar, betaald.

2.

Indien bij publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst een periode van afrekening, welke meerdere uitbetalingstermijnen omvat, is vastgesteld, wordt zodanige periode van afrekening voor de toepassing van de artikelen 7, zesde lid, 8 en 13a als uitbetalingstermijn beschouwd. Een periode van afrekening kan ten hoogste twaalf maanden omvatten.