Nederlandse wetgeving

Artikel 1:141

geldend

Huwelijkse voorwaarden · Verrekenbedingen · § Periodieke verrekenbedingen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 8 · Afdeling 2 · § 2 · Geldig vanaf 2014-04-01

Bron
1.

Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend, blijft de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand en strekt deze zich uit over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet verrekend is, alsmede over de vruchten daarvan.

2.

Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk, dan eindigt die verrekenplicht op het tijdstip zoals in artikel 142 bepaald, als dat tijdvak nog loopt.

3.

Indien bij het einde van het huwelijk aan een bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen periodieke verrekenplicht als bedoeld in het eerste lid niet is voldaan, wordt het alsdan aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit. Artikel 143 is van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien een echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van een niet op zijn eigen naam uitgeoefende onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, en een verrekenbeding is overeengekomen dat ook ondernemingswinsten omvat, worden de niet uitgekeerde winsten uit zodanige onderneming, voor zover in het maatschappelijk verkeer als redelijk beschouwd, eveneens in aanmerking genomen bij de vaststelling van de verrekenplicht van die echtgenoot, onverminderd het eerste lid.

5.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing, indien een echtgenoot op eigen naam een onderneming uitoefent.

6.

De rechtsvordering tot verrekening, bedoeld in het eerste lid, verjaart niet eerder dan drie jaren na de beëindiging van het huwelijk dan wel na de inschrijving van de beschikking tot scheiding van tafel en bed in het register, bedoeld in artikel 116. Deze termijn kan niet worden verkort.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2024-07-12 · ECLI:NL:HR:2024:1070

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Echtscheiding. Afwikkeling periodiek verrekenbeding over inkomen in huwelijkse voorwaarden. Art. 1:141 BW.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2019-02-15 · ECLI:NL:HR:2019:238

Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden met periodiek verrekenbeding. Behoort rekening-courantvordering van de man op zijn BV tot het te verrekenen vermogen? Art. 1:141 lid 3 BW.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2015-07-10 · ECLI:NL:HR:2015:1875

Personen- en familierecht. Huwelijksgoederenrecht. Afwikkeling verrekenbeding. Is voor toepassing art. 1:141 lid 1 en art. 1:136 lid 1 BW relevant van wie het overgespaarde (niet verrekende) inkomen afkomstig is en in wiens goed dat is geïnvesteerd? Begrijpelijkheid oordeel hof gelet op getuigenverklaring.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2015-01-23 · ECLI:NL:HR:2015:116

Huwelijksvermogensrecht. Procesrecht. Hoger beroep; onbegrijpelijke uitleg grieven.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2014-12-19 · ECLI:NL:HR:2014:3648

Procesrecht; huwelijksvermogensrecht. Verzoek tot afgifte stukken in eerste aanleg afgewezen in dictum. Ontvankelijkheid hoger beroep; deelbeschikking of tussenbeschikking? Heeft het verzoek betrekking op de inzet van het geding of op de instructie of voortgang van de zaak (vgl. HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3264)? Art. 358 lid 4 Rv.

Uitspraak op rechtspraak.nl