Nederlandse wetgeving

Artikel 1:454

geldend

Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 20 · Geldig vanaf 1995-01-01

Bron
1.

De mentor is gehouden degene ten behoeve van wie het mentorschap is ingesteld zo veel mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken. De mentor bevordert dat de betrokkene rechtshandelingen en andere handelingen zelf verricht, indien deze tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat kan worden geacht. Hij betracht de zorg van een goed mentor.

2.

De mentor is jegens de betrokkene aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed mentor te kort schiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.