Artikel 1:327
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Voogdij · § Beëindiging van voogdij
De rechtbank kan de voogdij van een natuurlijk persoon beëindigen indien:
een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de voogd niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
de voogd het gezag misbruikt , of
niet beschikt over de ingevolge artikel 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie vereiste beginseltoestemming.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Familierecht. Informeel ‘rechtshulpverzoek’ van Amerikaanse rechter tot – bemiddeling bij de – afwikkeling van de door hem uitgesproken voogdij van de in Nederland wonende pleegouders over in Texas (VS) geboren minderjarig kind; kantonrechter onbevoegd ambtshalve onderzoek RvdK te gelasten voor een mogelijk verzoek aan de rechtbank tot ontzetting uit tijdelijke voogdij of benoeming van een bijzonder curator; hoger beroep, ontvankelijkheid, ambtshalve genomen beslissing is een eindbeschikking.
Uitspraak op rechtspraak.nl3 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/092HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoekster 1], 2. [Verzoeker 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. R.E. Troost, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, e n 3. BUREAU JEUGDZORG GELDERLAND, gevestigd te Arnhem, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Uitspraak op rechtspraak.nl