Artikel 1:328
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Voogdij · § Beëindiging van voogdij
De rechtbank kan de voogdij van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 302, tweede lid, beëindigen indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
zij haar taken op een niet verantwoorde wijze uitoefent als bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Jeugdwet, of
zij nalaat overeenkomstig artikel 305 de raad voor de kinderbescherming op de hoogte te houden.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke regeling voor geschillen over voogdij.
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Informeel ‘rechtshulpverzoek’ van Amerikaanse rechter tot – bemiddeling bij de – afwikkeling van de door hem uitgesproken voogdij van de in Nederland wonende pleegouders over in Texas (VS) geboren minderjarig kind; kantonrechter onbevoegd ambtshalve onderzoek RvdK te gelasten voor een mogelijk verzoek aan de rechtbank tot ontzetting uit tijdelijke voogdij of benoeming van een bijzonder curator; hoger beroep, ontvankelijkheid, ambtshalve genomen beslissing is een eindbeschikking.
Uitspraak op rechtspraak.nl