Artikel 1:263
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Ondertoezichtstelling van minderjarigen
De gecertificeerde instelling kan ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder of de minderjarige niet instemmen met, dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen.
De met het gezag belaste ouders of ouder en de minderjarige volgen een schriftelijke aanwijzing op.
De gecertificeerde instelling kan de kinderrechter verzoeken een schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. Tegelijkertijd kan een door de wet toegelaten dwangmiddel worden verzocht bij niet nakoming van deze aanwijzing tenzij het belang van het kind zich tegen oplegging daarvan verzet.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Personen- en familierecht, netwerkplaatsing, appelprocesrecht. Geldt rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv ook voor beschikking ex art. 1:265d lid 2 BW?
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilie- en jeugdrecht. Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling via geschillenregeling van art. 1:262b BW aan kinderrechter worden voorgelegd?
Uitspraak op rechtspraak.nlJeugdrecht. Geschillenregeling. Vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing. Gedeeltelijke gezagsoverheveling. Doorbreking en reikwijdte rechtsmiddelenverbod. Art. 1:262b, 1:263, 1:264, 1:265e BW, art. 807 Rv.
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht, appelprocesrecht. Geldt het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv ook voor een beschikking ex art. 1:265i BW (wijziging verblijfplaats van een onder toezicht gestelde minderjarige)?
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing. Broer geen belanghebbende bij beslissing van kinderrechter tot uithuisplaatsing van zijn broers en zusters. Gezag wordt over elk minderjarig kind afzonderlijk uitgeoefend en voor elk kind afzonderlijk moet worden voldaan aan wettelijke criteria voor toepassing van de-ze maatregel. In zaak van elk individueel minderjarig kind zijn dan ook enkel de uit het gezag over dit kind voortvloeiende rechten en verplichtingen van dit kind en van de ouders die het gezag over dit kind uitoefenen dan wel de pleegouders betrokken. Dit wordt niet anders doordat een beslissing tot uithuisplaatsing mede het door art. 8 EVRM gewaarborgde recht van de andere minderjarige kinderen op bescherming van hun gezinsleven met het betrokken kind raakt.
Uitspraak op rechtspraak.nl