Nederlandse wetgeving

Artikel 1:264

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Ondertoezichtstelling van minderjarigen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 4 · Geldig vanaf 2015-01-01

Bron
1.

Op verzoek van een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder kan de kinderrechter een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Het verzoek heeft geen schorsende kracht, tenzij de kinderrechter het tegendeel bepaalt.

2.

Bij de indiening van het verzoek wordt de beslissing van de gecertificeerde instelling overgelegd.

3.

De termijn voor het indienen van het verzoek bedraagt twee weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt.

4.

Ten aanzien van een na afloop van deze termijn ingediend verzoek blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien de verzoeker redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden in verzuim te zijn geweest.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2023-09-01 · ECLI:NL:HR:2023:1148

Familie- en jeugdrecht. Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling via geschillenregeling van art. 1:262b BW aan kinderrechter worden voorgelegd?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2021-06-25 · ECLI:NL:HR:2021:1003

Jeugdrecht. Geschillenregeling. Vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing. Gedeeltelijke gezagsoverheveling. Doorbreking en reikwijdte rechtsmiddelenverbod. Art. 1:262b, 1:263, 1:264, 1:265e BW, art. 807 Rv.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2016-04-08 · ECLI:NL:HR:2016:609

Personen- en familierecht, appelprocesrecht. Geldt het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv ook voor een beschikking ex art. 1:265i BW (wijziging verblijfplaats van een onder toezicht gestelde minderjarige)?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2013-11-01 · ECLI:NL:HR:2013:1084

Familieprocesrecht. Wijziging omgangsregeling (art. 1:263b BW) en vervangende toestemming voor medische behandeling minderjarige (art. 1:264 BW). Rechter stelt, alvorens te beslissen, minderjarige in de gelegenheid te worden gehoord; uitzonderingen; art. 809 Rv, art. 802 Rv. Aannemelijkheid dat minderjarige niet wil of kan worden gehoord. Belang van de minderjarige zijn mening kenbaar te maken, art. 12 IVRK.

Uitspraak op rechtspraak.nl