Artikel 1:205
geldendAfstamming · Erkenning
Een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.
Het openbaar ministerie kan wegens strijd met de Nederlandse openbare orde, indien de erkenner niet de biologische vader van het kind is, vernietiging van de erkenning verzoeken.
In geval van bedreiging of misbruik van omstandigheden, wordt het verzoek door de erkenner of door de moeder niet later ingediend dan een jaar nadat deze invloed heeft opgehouden te werken en, in geval van bedrog of dwaling, binnen een jaar nadat de verzoeker het bedrog of de dwaling heeft ontdekt.
Het verzoek wordt door het kind ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.
Voor het geval de erkenner of de moeder overlijdt voor de afloop van de in het derde lid gestelde termijn, is artikel 201, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Voor het geval het kind overlijdt voor de afloop van de in het vierde lid gestelde termijn, is artikel 201, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Personen- en familierecht. Verzoek verwekker aan rechtbank tot vervangende toestemming tot erkenning kind (art. 1:204 lid 3 BW). Door moeder aan andere man gegeven toestemming; misbruik van bevoegdheid? Invloed huwelijk van verwekker; art. 1:204 lid 1 sub e (oud) BW; openbare orde. Maatstaf voor misbruik; HR 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ7386, NJ 2005/248.
Uitspraak op rechtspraak.nlErkenning van een minderjarig kind, afwijzing van een verzoek tot vernietiging wegens dwaling (art. 1:205 lid 1, aanhef en onder b, BW), 81 RO.
Uitspraak op rechtspraak.nl12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/098HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de man], wonende te [woonplaats], Groot-Brittannië, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. F.A.M. van Bree, t e g e n [de moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. V.K.S. Budhu Lall. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Uitspraak op rechtspraak.nl