Artikel 1:200
geldendAfstamming · Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane vaderschap
Het in artikel 199, onder a en b, bedoelde vaderschap kan, op de grond dat de man niet de biologische vader van het kind is, worden ontkend:
door de vader of de moeder van het kind;
door het kind zelf.
De vader of moeder kan het in artikel 199, onder a en b, bedoelde vaderschap niet ontkennen, indien de man vóór het huwelijk of geregistreerd partnerschap heeft kennis gedragen van de zwangerschap.
De vader of moeder kan het in artikel 199, onder a en b, bedoelde vaderschap evenmin ontkennen, indien de man heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de vader, indien de moeder hem heeft bedrogen omtrent de verwekker.
Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning wordt door de moeder bij de rechtbank ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind. Een zodanig verzoek wordt door de vader ingediend binnen een jaar nadat hij bekend is geworden met het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is van het kind.
Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning wordt door het kind bij de rechtbank ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit, kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Antilliaanse zaak. Familierecht; ontkenning van juridisch vaderschap; ontvankelijkheid verzoek; toepasselijk recht; bij leemte in Nederlands-Antilliaans interregionaal privaatrecht aansluiten bij Nederlands-Antilliaans internationaal privaatrecht; Wet conflictenrecht afstamming (WCA) niet toepasselijk, geen erkenning van terugverwijzing (renvoi) in het internationaal en interregionaal privaatrecht binnen het Koninkrijk; domiciliebeginsel; gemeenschappelijke aanknopingsfactor.
Uitspraak op rechtspraak.nlOntkenning van vaderschap. Geschil tussen de bijzondere curator van een minderjarig kind en de ontkennende wettelijke vader over de kosten van het in appèl gelaste vaderschapsonderzoek dat heeft uitgewezen dat hij niet de biologische vader is; kostenveroordeling van de curator (het kind) als ‘in het ongelijk gestelde partij’ gerechtvaardigd?, onbegrijpelijk oordeel; feitelijke grondslag in cassatie, is de in cassatie in afschrift overgelegde brief aan de appelrechter een gedingstuk?
Uitspraak op rechtspraak.nlVaderschapsactie, bevel tot medewerking aan een DNA-onderzoek, vereisten (art. 1:207 BW); rechtskracht beschikking betreffende persoonlijke staat, werking ‘erga omnes’; bewijskracht in deze procedure van in een buiten de beweerde verwekker om gehouden voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen; belang in cassatie.
Uitspraak op rechtspraak.nl31 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/048HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: Mr A.M. van Leuven, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige [betrokkene 1], kantoorhoudende te Amsterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n 1. [De moeder], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats] VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Uitspraak op rechtspraak.nl