Article 5.11
in forceMeasures restricting and depriving of liberty
Immigration detention pursuant to Article 59, 59a or 59b of the Act shall be executed at a police station, a cell of the Royal Netherlands Marechaussee (Koninklijke marechaussee), in a remand centre or a space or location as referred to in Article 6, paragraph 2, or Article 58, paragraph 1 of the Act. In the execution of immigration detention, the foreign national shall not be further restricted in the exercise of fundamental rights than is required by the purpose of this measure and the maintenance of order and safety at the place of execution.
If the enforcement of the immigration detention (vreemdelingenbewaring) commences at a police station or in a cell of the Royal Netherlands Marechaussee (Koninklijke marechaussee), the enforcement shall be continued, as soon as this is reasonably possible, in a remand centre (huis van bewaring) or a space or location as referred to in Article 6, second paragraph, or Article 58, first paragraph, of the Act.
Immigration detention shall, as a rule, take place in specialised detention facilities. If such facilities are not available and foreign nationals are held in immigration detention in a prison, they shall be separated from ordinary detainees. Articles 11, 12 and 13 of the recast Reception Conditions Directive shall apply to foreign nationals who have applied for an asylum residence permit.
The immigration detention shall be terminated as soon as a ground is no longer present.
De vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet wordt ten uitvoer gelegd op een politiebureau, een cel van de Koninklijke marechaussee, in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid van de Wet. Bij de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring wordt de vreemdeling niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van deze maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging.
Indien de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring een aanvang neemt op een politiebureau of in een cel van de Koninklijke marechaussee, wordt zodra dit redelijkerwijs mogelijk is de tenuitvoerlegging voortgezet in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid of artikel 58, eerste lid, van de Wet.
Vreemdelingenbewaring gebeurt in de regel in gespecialiseerde bewaringsaccommodaties. Indien dergelijke accommodaties niet beschikbaar zijn en vreemdelingen in vreemdelingenbewaring worden gehouden in een gevangenis, worden zij afgescheiden van gewone gedetineerden. Op vreemdelingen die een verblijfsvergunning asiel hebben aangevraagd, zijn de artikelen 11, 12 en 13 van de herschikte Opvangrichtlijn van toepassing.
De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven zodra er geen grond meer aanwezig is.