Article 278
in forceThe petition procedure in first instance · Course of the proceedings
The petition shall state the first names, surname and domicile or, in the absence of a domicile in the Netherlands, the actual residence of the petitioner, as well as a clear description of the petition and the grounds on which it is based. In matters concerning an estate, the petition shall also state the last domicile of the deceased or the reason why such statement is not possible. Articles 111, paragraph 3, and 120, paragraph 4, shall apply mutatis mutandis, unless the nature of the case or the procedure precludes this.
The petition shall be signed and filed with the registry. If the provisional measures judge (voorzieningenrechter) is required to issue an order thereon, it may be handed to the latter.
Unless the petition is filed with the subdistrict court (kantonrechter) or, pursuant to special statutory provisions, does not need to be submitted by a lawyer (advocaat), the petition shall be signed by a lawyer. The office of said lawyer shall serve as the elected domicile of the petitioner.
The registrar shall record the date of filing or the date of submission to the preliminary relief judge on the petition.
Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust. In zaken betreffende een nalatenschap vermeldt het verzoekschrift tevens de laatste woonplaats van de overledene of de reden waarom deze vermelding niet mogelijk is. De artikelen 111, derde lid, en 120, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.
Het verzoekschrift wordt ondertekend en ter griffie ingediend. Indien de voorzieningenrechter daarop moet beschikken, kan het aan deze ter hand worden gesteld.
Tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge bijzondere wettelijke bepaling niet door een advocaat behoeft te geschieden, wordt het verzoekschrift ondertekend door een advocaat. Het kantoor van die advocaat geldt als gekozen woonplaats van de verzoeker.
De griffier tekent de dag van indiening of de dag van terhandstelling aan de voorzieningenrechter op het verzoekschrift aan.